<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Nieuws &#8211; Advocatenkantoor Dirk De Keuster</title>
	<atom:link href="https://www.ddk-law.be/actualiteit-categorieen/nieuws/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.ddk-law.be</link>
	<description>Just another WordPress site</description>
	<lastBuildDate>Mon, 10 Apr 2023 15:58:24 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-BE</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.8.5</generator>

<image>
	<url>https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2020/02/cropped-favIcon_48x48-32x32.png</url>
	<title>Nieuws &#8211; Advocatenkantoor Dirk De Keuster</title>
	<link>https://www.ddk-law.be</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Mogelijkheid in het Vlaamse Bestuursdecreet om een aanvraag tot openbaarmaking van interne communicatie af te wijzen, is niet ongrondwettig</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/mogelijkheid-in-het-vlaamse-bestuursdecreet-om-een-aanvraag-tot-openbaarmaking-van-interne-communicatie-af-te-wijzen-is-niet-ongrondwettig/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 10 Apr 2023 15:51:54 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=3074</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Mr. An Magerman komt team versterken</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/mr-an-magerman-komt-team-versterken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 31 Aug 2022 14:06:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=2506</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/08/img-ZWARTWIT-17-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Vanaf 1 september 2022 richten advocatenkantoor Dirk De Keuster en Advocatenkantoor An Magerman een groepering van advocaten op.

An studeerde rechten aan de Universiteit van Antwerpen en promoveerde in 1990. Zij behaalde het aanvullend diploma van geaggregeerde voor secundair en hoger onderwijs van het korte type in 1992. Zij is haar stage in de advocatuur gestart aan de Antwerpse Balie in 1990 en opgenomen op het tableau in 1993. An beschikt derhalve over een ruime ervaring als advocaat.

An zal zich op kantoor toeleggen op bouwdossier.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/08/img-ZWARTWIT-17-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">Vanaf 1 september 2022 richten advocatenkantoor Dirk De Keuster en Advocatenkantoor An Magerman een groepering van advocaten op.</p>
<p style="text-align: justify;">An studeerde rechten aan de Universiteit van Antwerpen en promoveerde in 1990. Zij behaalde het aanvullend diploma van geaggregeerde voor secundair en hoger onderwijs van het korte type in 1992. Zij is haar stage in de advocatuur gestart aan de Antwerpse Balie in 1990 en opgenomen op het tableau in 1993. An beschikt derhalve over een ruime ervaring als advocaat.</p>
<p style="text-align: justify;">An zal zich op kantoor toeleggen op bouwdossier.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Raad van State schorst vergunning voor pop-up bar</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/raad-van-state-schorst-vergunning-voor-pop-up-bar/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 30 Jul 2022 19:59:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1825</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/07/img-IMG_07532-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Dit arrest is belangrijk omdat de Raad van State hierin aanneemt dat de stedenbouwkundige bestemming als agrarisch gebied van de locatie van de pop-up bar ook mee beoordeeld moet worden voor  het verlenen van een andere vergunning dan een omgevingsvergunning. De Raad argumenteert als volgt:

Voorshands wordt aangenomen dat niet alleen in (stedenbouwkundige) omgevingsvergunningen, maar ook in andere individuele overheidsbeslissingen, zoals de bestreden toelating, van de bestemmings-voorschriften van het geldende ruimtelijke uitvoeringsplan of plan van aanleg afgeweken kan worden voor het in artikel 4.4.4, § 1, VCRO bedoelde sociaal-culturele of recreatieve medegebruik.

Op het eerste gezicht dient dergelijk onderzoek te bestaan uit twee stappen. Eerst dient de overheid nauwkeurig te inventariseren welk gebruik er van het betrokken terrein zal worden gemaakt om uit te kunnen maken dat dit effectief sociaal-cultureel of recreatief is (hierna: de eerste stap van de vereiste beoordeling). Vervolgens dient de overheid na te gaan of dit gebruik daadwerkelijk een beperkte impact heeft zodat het de verwezenlijking van de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang brengt.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/07/img-IMG_07532-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">Dit arrest is belangrijk omdat de Raad van State hierin aanneemt dat de stedenbouwkundige bestemming als agrarisch gebied van de locatie van de pop-up bar ook mee beoordeeld moet worden voor  het verlenen van een andere vergunning dan een omgevingsvergunning. De Raad argumenteert als volgt:</p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;"><em>Voorshands wordt aangenomen dat niet alleen in (stedenbouwkundige) omgevingsvergunningen, maar ook in andere individuele overheidsbeslissingen, zoals de bestreden toelating, van de bestemmings-voorschriften van het geldende ruimtelijke uitvoeringsplan of plan van aanleg afgeweken kan worden voor het in artikel 4.4.4, § 1, VCRO bedoelde sociaal-culturele of recreatieve medegebruik.</em></p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;"><em>Op het eerste gezicht dient dergelijk onderzoek te bestaan uit twee stappen. Eerst dient de overheid nauwkeurig te inventariseren welk gebruik er van het betrokken terrein zal worden gemaakt om uit te kunnen maken dat dit effectief sociaal-cultureel of recreatief is (hierna: de eerste stap van de vereiste beoordeling). Vervolgens dient de overheid na te gaan of dit gebruik daadwerkelijk een beperkte impact heeft zodat het de verwezenlijking van de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang brengt.</em></p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Raad van State grijpt in : Scoutskamp in La Roche mag blijven doorgaan &#8211; Knap staaltje van snelrecht</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/raad-van-state-grijpt-in-scoutskamp-in-la-roche-mag-blijven-doorgaan-knap-staaltje-van-snelrecht/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 30 Jul 2022 19:44:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1827</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/07/img-IMG_07532-1-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />De Raad van State stelt vast dat de verantwoordelijken van het kamp er niet vooraf van op de hoogte zijn  gebracht dat die maatregel overwogen werd en door de burgemeester niet gehoord zijn voordat hij die beslissing genomen heeft. De Raad van State is bovendien van oordeel dat de maatregel klaarblijkelijk overdreven is ten opzichte van de bezwaren waarop hij steunt.

De timing is toch wel heel scherp. De betrokken burgemeester bracht de beslissing ter kennis van de scouts op 26 juli 2022 om 16.15 om het kampterrein te ontruimten ten laatste op 27 juli 2022 om 16.00. Het schorsingsberoep werd ingeleid op 27 juli 2022. De zitting vond plaats om 16 uur dezelfde dag. De Raad van State nam nog dezelfde dag een beslissing. Rechtspraak kan derhalve wel degelijk efficiënt en uiterst snel verlopen. De Raad van State verdient hiervoor felicitaties. 

De Gemeente La-Roche-en-Ardenne bleef wel afwezig op de zitting.

 ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/07/img-IMG_07532-1-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">De Raad van State stelt vast dat de verantwoordelijken van het kamp er niet vooraf van op de hoogte zijn  gebracht dat die maatregel overwogen werd en door de burgemeester niet gehoord zijn voordat hij die beslissing genomen heeft. De Raad van State is bovendien van oordeel dat de maatregel klaarblijkelijk overdreven is ten opzichte van de bezwaren waarop hij steunt.</p>
<p style="text-align: justify;">De timing is toch wel heel scherp. De betrokken burgemeester bracht de beslissing ter kennis van de scouts op 26 juli 2022 om 16.15 om het kampterrein te ontruimten ten laatste op 27 juli 2022 om 16.00. Het schorsingsberoep werd ingeleid op 27 juli 2022. De zitting vond plaats om 16 uur dezelfde dag. De Raad van State nam nog dezelfde dag een beslissing. Rechtspraak kan derhalve wel degelijk efficiënt en uiterst snel verlopen. De Raad van State verdient hiervoor felicitaties. </p>
<p style="text-align: justify;">De Gemeente La-Roche-en-Ardenne bleef wel afwezig op de zitting.</p>
<p style="text-align: justify;"> </p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Grondwettelijk Hof buist de Vlaamse Overheid met betrekking tot de eindtermen in het secundair onderwijs.</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/grondwettelijk-hof-buist-de-vlaamse-overheid-met-betrekking-tot-de-eindtermen-in-het-secundair-onderwijs/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 16 Jun 2022 12:40:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1829</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/06/img-P1060576-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />In de perstekst van het Grondwettelijk Hof staat het volgende te lezen : 

Het Hof brengt allereerst in herinnering dat de door artikel 24, § 1, van de Grondwet gewaarborgde vrijheid van onderwijs inhoudt dat privépersonen naar eigen inzicht onderwijs
kunnen inrichten en laten verstrekken, zowel naar de vorm als naar de inhoud. Die vrijheid kan evenwel worden beperkt, enerzijds, door voorwaarden die de decreetgever in het kader van
de financiering en de subsidiëring van het onderwijs oplegt en, anderzijds, door het recht op onderwijs van het kind. Maatregelen die de vrijheid van onderwijs beperken, moeten volgens
het Hof evenwel adequaat en evenredig zijn ten aanzien van de door de decreetgever nagestreefde doelstellingen.

Volgens het Hof zijn eindtermen een adequaat middel, enerzijds, om de gelijkwaardigheid van de studiebewijzen en diploma's veilig te stellen en, anderzijds, om de onderlinge gelijkwaardigheid te vrijwaren van het onderwijs verstrekt in de instellingen die ouders en leerlingen vrij kunnen kiezen. Het is volgens het Hof bovendien pertinent om de eindtermen op geregelde tijdstippen aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkelingen en verwachtingen.

Opdat de beperking evenredig zou zijn ten aanzien van die doelstellingen, moet de decreetgever er onder meer over waken dat de onderwijsverstrekkers de mogelijkheid hebben om eventueel leerinhouden te bepalen ter aanvulling op de door de decreetgever vastgestelde minimumdoelen.

Het Hof verwijst naar de adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad (de VLOR) en van de afdeling wetgeving van de Raad van State die tijdens de totstandkoming van het bestreden decreet werden uitgebracht en stelt vast dat die adviesorganen ernstige bezorgdheden hebben geuit over de omvang en de gedetailleerdheid van de ontworpen eindtermen. Het Hof stelt eveneens vast dat er tijdens het ontwikkelproces geen decretale verplichting bestond om de globale haalbaarheid van de eindtermen te bewaken. Hoewel de Vlaamse Regering de ontwikkelde en gevalideerde eindtermen achteraf nog heeft bijgestuurd, zijn die bijsturingen volgens het Hof niet van dien aard dat ze zouden kunnen worden beschouwd als fundamenteel  tegemoetkomend aan de bezorgdheden van de VLOR en van de afdeling wetgeving van de
Raad van State.

Het Hof merkt op dat het aantal eindtermen sterk is toegenomen, in vergelijking met de voorheen bestaande eindtermen. Dit is onder meer het gevolg van de ruime reikwijdte van de zestien sleutelcompetenties, op basis waarvan de bestreden eindtermen werden ontwikkeld, en van het ontbreken van een methode om bij de ontwikkeling van de eindtermen de globale haalbaarheid ervan te bewaken. De bij de formulering van de eindtermen gehanteerde systematiek heeft bovendien geleid tot een zeer gedetailleerde opsomming van deelaspecten (kenniselementen, dimensies, beheersingsniveaus, …) van die eindtermen en maakt elke afzonderlijke eindterm bijzonder gedetailleerd in vergelijking met de voorheen bestaande eindtermen. Volgens het Hof leidt dit ertoe dat de bestreden eindtermen nagenoeg een volledig onderwijsprogramma vastleggen en aldus de schoolbesturen onvoldoende ruimte laten voor het nastreven, binnen hun pedagogisch project, van eigen onderwijsdoelen en voor de verwezenlijking in dat kader van specifieke projecten.
 

Het Hof besluit dat de bestreden eindtermen zo omvangrijk en gedetailleerd zijn dat in redelijkheid niet kan worden aangehouden dat het om minimumdoelen gaat, en dat zij in het algemeen onvoldoende ruimte laten om de invulling van het eigen pedagogisch project te kunnen verwezenlijken. Het Hof oordeelt dan ook dat de vrijheid van onderwijs op een onevenredige wijze wordt beperkt. De omstandigheid dat schoolbesturen bij de Vlaamse Regering een aanvraag kunnen indienen tot gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen kan volgens het Hof te dezen de vastgestelde schending van de vrijheid van onderwijs niet verhelpen. De eindtermen moeten, op grond van de vrijheid van onderwijs, in beginsel op zich de verwezenlijking van een eigen pedagogisch project mogelijk maken.

Aangezien 1) de scholen hun leerplannen voor het schooljaar 2021-2022 al hebben gesteund op de vernietigde eindtermen en 2) gelet op het maatschappelijk belang van de aangelegenheid, een voldoende ruime voorbereidingstijd nodig is om de noodzakelijke aanpassingen door te voeren teneinde aan de vastgestelde ongrondwettigheid te verhelpen, handhaaft het Hof de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de schooljaren 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.

Het Grondwettelijk Hof fluit hiermee de Vlaamse Overheid op een duidelijke manier terug. Dit arrest houdt een stevige onvoldoende in voor de Vlaamse Overheid.  Het zal nu aan de Vlaamse Overheid zijn om haar vizie op onderwijs bij te stellen. Wellicht kan dit arrest hiertoe een kantelpunt vormen zodat de onderwijsvrijheid en de inhoud terug de bovenkant krijgt op het administratieve formalisme.

 ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/06/img-P1060576-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p>In de perstekst van het Grondwettelijk Hof staat het volgende te lezen : </p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Het Hof brengt allereerst in herinnering dat de door artikel 24, § 1, van de Grondwet gewaarborgde vrijheid van onderwijs inhoudt dat privépersonen naar eigen inzicht onderwijs<br />
kunnen inrichten en laten verstrekken, zowel naar de vorm als naar de inhoud. Die vrijheid kan evenwel worden beperkt, enerzijds, door voorwaarden die de decreetgever in het kader van<br />
de financiering en de subsidiëring van het onderwijs oplegt en, anderzijds, door het recht op onderwijs van het kind. Maatregelen die de vrijheid van onderwijs beperken, moeten volgens<br />
het Hof evenwel adequaat en evenredig zijn ten aanzien van de door de decreetgever nagestreefde doelstellingen.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Volgens het Hof zijn eindtermen een adequaat middel, enerzijds, om de gelijkwaardigheid van de studiebewijzen en diploma&#8217;s veilig te stellen en, anderzijds, om de onderlinge gelijkwaardigheid te vrijwaren van het onderwijs verstrekt in de instellingen die ouders en leerlingen vrij kunnen kiezen. Het is volgens het Hof bovendien pertinent om de eindtermen op geregelde tijdstippen aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkelingen en verwachtingen.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Opdat de beperking evenredig zou zijn ten aanzien van die doelstellingen, moet de decreetgever er onder meer over waken dat de onderwijsverstrekkers de mogelijkheid hebben om eventueel leerinhouden te bepalen ter aanvulling op de door de decreetgever vastgestelde minimumdoelen.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Het Hof verwijst naar de adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad (de VLOR) en van de afdeling wetgeving van de Raad van State die tijdens de totstandkoming van het bestreden decreet werden uitgebracht en stelt vast dat die adviesorganen ernstige bezorgdheden hebben geuit over de omvang en de gedetailleerdheid van de ontworpen eindtermen. Het Hof stelt eveneens vast dat er tijdens het ontwikkelproces geen decretale verplichting bestond om de globale haalbaarheid van de eindtermen te bewaken. Hoewel de Vlaamse Regering de ontwikkelde en gevalideerde eindtermen achteraf nog heeft bijgestuurd, zijn die bijsturingen volgens het Hof niet van dien aard dat ze zouden kunnen worden beschouwd als fundamenteel  tegemoetkomend aan de bezorgdheden van de VLOR en van de afdeling wetgeving van de<br />
Raad van State.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Het Hof merkt op dat het aantal eindtermen sterk is toegenomen, in vergelijking met de voorheen bestaande eindtermen. Dit is onder meer het gevolg van de ruime reikwijdte van de zestien sleutelcompetenties, op basis waarvan de bestreden eindtermen werden ontwikkeld, en van het ontbreken van een methode om bij de ontwikkeling van de eindtermen de globale haalbaarheid ervan te bewaken. De bij de formulering van de eindtermen gehanteerde systematiek heeft bovendien geleid tot een zeer gedetailleerde opsomming van deelaspecten (kenniselementen, dimensies, beheersingsniveaus, …) van die eindtermen en maakt elke afzonderlijke eindterm bijzonder gedetailleerd in vergelijking met de voorheen bestaande eindtermen. Volgens het Hof leidt dit ertoe dat de bestreden eindtermen nagenoeg een volledig onderwijsprogramma vastleggen en aldus de schoolbesturen onvoldoende ruimte laten voor het nastreven, binnen hun pedagogisch project, van eigen onderwijsdoelen en voor de verwezenlijking in dat kader van specifieke projecten.</em><br />
 </p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Het Hof besluit dat de bestreden eindtermen zo omvangrijk en gedetailleerd zijn dat in redelijkheid niet kan worden aangehouden dat het om minimumdoelen gaat, en dat zij in het algemeen onvoldoende ruimte laten om de invulling van het eigen pedagogisch project te kunnen verwezenlijken. Het Hof oordeelt dan ook dat de vrijheid van onderwijs op een onevenredige wijze wordt beperkt. De omstandigheid dat schoolbesturen bij de Vlaamse Regering een aanvraag kunnen indienen tot gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen kan volgens het Hof te dezen de vastgestelde schending van de vrijheid van onderwijs niet verhelpen. De eindtermen moeten, op grond van de vrijheid van onderwijs, in beginsel op zich de verwezenlijking van een eigen pedagogisch project mogelijk maken.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Aangezien 1) de scholen hun leerplannen voor het schooljaar 2021-2022 al hebben gesteund op de vernietigde eindtermen en 2) gelet op het maatschappelijk belang van de aangelegenheid, een voldoende ruime voorbereidingstijd nodig is om de noodzakelijke aanpassingen door te voeren teneinde aan de vastgestelde ongrondwettigheid te verhelpen, handhaaft het Hof de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de schooljaren 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.</em></p>
<p style="text-align: justify;">Het Grondwettelijk Hof fluit hiermee de Vlaamse Overheid op een duidelijke manier terug. Dit arrest houdt een stevige onvoldoende in voor de Vlaamse Overheid.  Het zal nu aan de Vlaamse Overheid zijn om haar vizie op onderwijs bij te stellen. Wellicht kan dit arrest hiertoe een kantelpunt vormen zodat de onderwijsvrijheid en de inhoud terug de bovenkant krijgt op het administratieve formalisme.</p>
<p style="text-align: justify;"> </p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Prettig eindejaar toegewenst én een gezond en succesvol 2022 !</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/prettig-eindejaar-toegewenst-en-een-gezond-en-succesvol-2022/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 24 Dec 2021 13:30:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1839</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/12/img-christmas-balls-g2d518f8ec_1920-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />We wensen alle bezoekers van onze website een vreugdevol kerstfeest en een succesvol 2022.

Een goede gezondheid klinkt wat cliché maar blijft wel actueel.

Dirk, Uschi, Willem, Veerle en Patrick

 

 ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/12/img-christmas-balls-g2d518f8ec_1920-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p>We wensen alle bezoekers van onze website een vreugdevol kerstfeest en een succesvol 2022.</p>
<p>Een goede gezondheid klinkt wat cliché maar blijft wel actueel.</p>
<p>Dirk, Uschi, Willem, Veerle en Patrick</p>
<p> </p>
<p> </p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Nieuw ‘stikstofarrest’ Raad van State</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/nieuw-stikstofarrest-raad-van-state/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 12 Dec 2021 07:15:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1841</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/12/img-IMG_07532-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />14 jaar geleden, op 5 maart 2007 richtte de voorzitter van de landbouwraad van de gemeente Gooik een aanvraag tot ruilverkavelingsproject in bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Meerdere landbouwers voegen hun handtekening bij de aanvraag. Het betrokken plangebied overlapt met de habitatrichtlijngebieden ‘Hallerbos en nabije boscomplexen met brongebieden en heiden’ (Speciale BeschermingsZone-Habitatrichtlijn Kesterheide) en ‘Bossen van de Vlaamse Ardennen en andere Zuidvlaamse bossen’ (SBZ-H Neigembos). De langdurige aanvraagprocedure omvatte vele stappen inclusief de oprichting van een coördinatiecommissie bij besluit van 10 mei 2010. De beslissing valt op 17 juli 2019: de ruilverkaveling is nuttig, het kavelplan vastgesteld en goedgekeurd. Tegen laatgenoemde beslissing wordt beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Raad van State door de vzw Natuurpunt. Deze vzw werpt onder andere op dat de ‘passende beoordeling’ niet naar behoren is gebeurd. Het begrip ‘passende beoordeling’ slaat op het diepgaand onderzoek dat de overheid dient te voeren naar de impact van een vergunningsplichtige activiteit op de natuur in het kader van de Europese natuurdoelen en de gebieden van Europees belang. Er zou enerzijds te weinig zekerheid worden verschaft over de stikstofimpact.[1]

De Raad verwerpt het argument van de overheid/verwerende partij dat het PAS-beleid (Programmatorische Aanpak Stikstof) los zou staan van de ruilverkaveling. Het PAS-beleid moet gericht zijn op het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) van de SBZ-H’s. De passende beoordeling moet de stikstofimpact van de ruilverkaveling op de IHD’s behandelen. Volgens de Raad is de bestreden beslissing op dit punt echter vaag en tegenstrijdig over de beschikbare gegevens. Bovendien maakte de overheid gebruik van een PAS-significantiekader waarvan de totstandkoming of deugdelijkheid niet wordt duidelijk gemaakt (deel van intussen ingetrokken omzendbrief[2]). De Raad is niet overtuigd van wetenschappelijke deugdelijkheid van de stikstofimpactbeoordeling. Het besluit wordt vernietigd.  

In haar beoordeling over de beoordeling van stikstofimpact verwijst de Raad naar enige rechtspraak van het Hof van Justitie[3]. Volgens deze rechtspraak geldt, aldus de Raad, dat “een passende beoordeling geen leemten mag vertonen en volledige, nauwkeurige en definitieve constateringen en conclusies moet bevatten die elke redelijke wetenschappelijke twijfel over de gevolgen van de plannen of projecten voor het betrokken beschermde gebied wegnemen”. Het komt toe aan de nationale rechter “over te gaan tot een grondige en volledige toetsing van de wetenschappelijke deugdelijkheid van de passende beoordeling”.

Dit arrest ligt in lijn met het arrest van de RvVB dd. 25 februari 2021 waarover eerder bericht werd op deze website: https://www.ddk-law.be/Actualiteit/ArtMID/394/ArticleID/217/Stikstof-arrest-van-de-Raad-voor-Vergunningsbetwistingen-kan-verregaande-gevolgen-hebben . Op politiek vlak zou ondertussen druk doorgewerkt worden aan een nieuwe aanpak.

 


[1] Anderzijds zouden onzekere aanbevelingen (zaken die eventueel nog kunnen gebeuren) worden meegenomen in het maken van de beoordeling. De Raad volgt deze stelling en geeft ook op dit punt aan niet overtuigd te zijn van de deugdelijkheid van de uitgevoerde effectenbeoordeling.



[2] Omzendbrief van 6 september 2017 over “de toepassing van de op grond van artikel 36ter, § 3 en § 4, van het Natuurdecreet opgelegde beoordeling van vergunningsaanvragen betreffende projecten of activiteiten met mogelijk betekenisvolle effecten voor speciale beschermingszones”; zie ook arrest nr. A-2021- 0697 van de RvVb van 25 februari 2021 en het artikel hierover op deze website dd. 3 maart 2021.



[3] HvJ, 7 november 2018 (samengevoegde zaken C-293/17 en C294/17), randnr. 98; HvJ 25 juli 2018, Grace en Sweetman, zaak C 164/17, randnr. 39.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/12/img-IMG_07532-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">14 jaar geleden, op 5 maart 2007 richtte de voorzitter van de landbouwraad van de gemeente Gooik een aanvraag tot ruilverkavelingsproject in bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Meerdere landbouwers voegen hun handtekening bij de aanvraag. Het betrokken plangebied overlapt met de habitatrichtlijngebieden ‘Hallerbos en nabije boscomplexen met brongebieden en heiden’ (Speciale BeschermingsZone-Habitatrichtlijn Kesterheide) en ‘Bossen van de Vlaamse Ardennen en andere Zuidvlaamse bossen’ (SBZ-H Neigembos). De langdurige aanvraagprocedure omvatte vele stappen inclusief de oprichting van een coördinatiecommissie bij besluit van 10 mei 2010. De beslissing valt op 17 juli 2019: de ruilverkaveling is nuttig, het kavelplan vastgesteld en goedgekeurd. Tegen laatgenoemde beslissing wordt beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Raad van State door de vzw Natuurpunt. Deze vzw werpt onder andere op dat de ‘passende beoordeling’ niet naar behoren is gebeurd. Het begrip ‘passende beoordeling’ slaat op het diepgaand onderzoek dat de overheid dient te voeren naar de impact van een vergunningsplichtige activiteit op de natuur in het kader van de Europese natuurdoelen en de gebieden van Europees belang. Er zou enerzijds te weinig zekerheid worden verschaft over de stikstofimpact.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a></p>
<p style="text-align: justify;">De Raad verwerpt het argument van de overheid/verwerende partij dat het PAS-beleid (Programmatorische Aanpak Stikstof) los zou staan van de ruilverkaveling. Het PAS-beleid moet gericht zijn op het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) van de SBZ-H’s. De passende beoordeling moet de stikstofimpact van de ruilverkaveling op de IHD’s behandelen. Volgens de Raad is de bestreden beslissing op dit punt echter vaag en tegenstrijdig over de beschikbare gegevens. Bovendien maakte de overheid gebruik van een PAS-significantiekader waarvan de totstandkoming of deugdelijkheid niet wordt duidelijk gemaakt (deel van intussen ingetrokken omzendbrief<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a>). De Raad is niet overtuigd van wetenschappelijke deugdelijkheid van de stikstofimpactbeoordeling. Het besluit wordt vernietigd.  </p>
<p style="text-align: justify;">In haar beoordeling over de beoordeling van stikstofimpact verwijst de Raad naar enige rechtspraak van het Hof van Justitie<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a>. Volgens deze rechtspraak geldt, aldus de Raad, dat “een passende beoordeling geen leemten mag vertonen en volledige, nauwkeurige en definitieve constateringen en conclusies moet bevatten die elke redelijke wetenschappelijke twijfel over de gevolgen van de plannen of projecten voor het betrokken beschermde gebied wegnemen”. Het komt toe aan de nationale rechter “over te gaan tot een grondige en volledige toetsing van de wetenschappelijke deugdelijkheid van de passende beoordeling”.</p>
<p style="text-align: justify;">Dit arrest ligt in lijn met het arrest van de RvVB dd. 25 februari 2021 waarover eerder bericht werd op deze website: <a href="https://www.ddk-law.be/Actualiteit/ArtMID/394/ArticleID/217/Stikstof-arrest-van-de-Raad-voor-Vergunningsbetwistingen-kan-verregaande-gevolgen-hebben">https://www.ddk-law.be/Actualiteit/ArtMID/394/ArticleID/217/Stikstof-arrest-van-de-Raad-voor-Vergunningsbetwistingen-kan-verregaande-gevolgen-hebben</a> . Op politiek vlak zou ondertussen druk doorgewerkt worden aan een nieuwe aanpak.</p>
<div> </p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> Anderzijds zouden onzekere aanbevelingen (zaken die eventueel nog kunnen gebeuren) worden meegenomen in het maken van de beoordeling. De Raad volgt deze stelling en geeft ook op dit punt aan niet overtuigd te zijn van de deugdelijkheid van de uitgevoerde effectenbeoordeling.</p>
</div>
<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Omzendbrief van 6 september 2017 over “de toepassing van de op grond van artikel 36ter, § 3 en § 4, van het Natuurdecreet opgelegde beoordeling van vergunningsaanvragen betreffende projecten of activiteiten met mogelijk betekenisvolle effecten voor speciale beschermingszones”; zie ook arrest nr. A-2021- 0697 van de RvVb van 25 februari 2021 en het artikel hierover op deze website dd. 3 maart 2021.</p>
</div>
<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> HvJ, 7 november 2018 (samengevoegde zaken C-293/17 en C294/17), randnr. 98; HvJ 25 juli 2018, Grace en Sweetman, zaak C 164/17, randnr. 39.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>D&#038;B-Overeenkomst ondertekend voor de Wielerbaan van Heusden-Zolder</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/db-overeenkomst-ondertekend-voor-de-wielerbaan-van-heusden-zolder/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 11 Dec 2021 08:20:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1843</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/12/img-foto_ondertekening-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Voor meer informatie verwijzen we u graag naar de website van de Gemeente Heusden-Zolder én naar de website van Wielerdroom zelf.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/12/img-foto_ondertekening-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">Voor meer informatie verwijzen we u graag naar de website van de Gemeente Heusden-Zolder én naar de website van Wielerdroom zelf.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Concessie voor personenvervoer per spoor voorwerp van procedureslag in Nederland</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/concessie-voor-personenvervoer-per-spoor-voorwerp-van-procedureslag-in-nederland/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 25 Oct 2021 09:39:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1847</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/10/img-train-4366829-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />De Nederlandse Spoorwegen (NS) ontvingen een vervoerconcessie van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in december 2014 voor een looptijd van 10 jaar (2015-2025). De beheerconcessie werd verleend aan de onderneming ProRail. NS betaalt hiervoor basisbedrag van 80 miljoen euro per jaar (art. 66, 1 van de Concessie). Derden inschakelen bij de uitvoering van de concessie is toegestaan (art. 67, 3).

Sinds 2020 is bekend dat IenW een nieuwe gunning van de concessie aan NS plant voor 10 jaar (of minder) en dit zonder concurrentie toe te laten. De regering zou een aanbesteding te complex en risicovol achten.[1] Volgens enkele transportorganisaties in Nederland (bv. Arriva) is dit niet in lijn met het EU-recht[2]. Volgens  recente berichten in de Nederlandse media[3] gaat de organisatie FMN (Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland) na een eerdere kortgedingprocedure in 2020 opnieuw naar de (bodem)rechter.

Met het zogenaamde 4e spoorwegpakket wil “de EU-spoorwegsector hervormen door stimulering van concurrentie en innovatie op de binnenlandse passagiersmarkten”[4]. Het onderhands gunnen van een concessie voor personenvervoer per spoor wordt aan striktere voorwaarden verbonden vanaf 25 december 2023[5]. De FMN meent dat de Nederlandse Staat de geplande verstrenging te snel wil af zijn.

Ook in België zou de federale overheid binnen 1 à 2 jaar opnieuw onderhands een concessie gunnen voor 10 jaar aan de NMBS. Een “directe award aan de NMBS” is deel van het federaal regeerakkoord (opgenomen bij art. 3.4.1 Spoor).

 


[1] https://www.ovpro.nl/special/2020/12/01/rechter-doet-geen-uitspraak-over-aanbesteding-hoofdrailnet-na-2024/?__cf_chl_managed_tk__=pmd_4xGZrb1hFrJBVdbLwjfhGFhgtfKO6vWDpCIn1Y0rWuE-1634891072-0-gqNtZGzNA1CjcnBszQh9&#038;gdpr=deny .



[2] Zie Richtlijn 2012/34/EU “tot instelling van één Europese spoorwegruimte” en hierop volgende initiatieven.



[3] https://www.spoorpro.nl/materieel/2021/08/29/regionale-spoorvervoerders-naar-rechter-in-strijd-tegen-alleenrecht-ns/ ; https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/05/ns-concurrenten-starten-procedure-a4060812 .



[4] https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/4th-railway-package/# .



[5] Zie Verordening (EU) 2016/2338 “tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor”, artikel 9, a).]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/10/img-train-4366829-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">De Nederlandse Spoorwegen (NS) ontvingen een vervoerconcessie van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in december 2014 voor een looptijd van 10 jaar (2015-2025). De beheerconcessie werd verleend aan de onderneming ProRail. NS betaalt hiervoor basisbedrag van 80 miljoen euro per jaar (art. 66, 1 van de Concessie). Derden inschakelen bij de uitvoering van de concessie is toegestaan (art. 67, 3).</p>
<p style="text-align: justify;">Sinds 2020 is bekend dat IenW een nieuwe gunning van de concessie aan NS plant voor 10 jaar (of minder) en dit zonder concurrentie toe te laten. De regering zou een aanbesteding te complex en risicovol achten.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a> Volgens enkele transportorganisaties in Nederland (bv. Arriva) is dit niet in lijn met het EU-recht<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a>. Volgens  recente berichten in de Nederlandse media<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a> gaat de organisatie FMN (Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland) na een eerdere kortgedingprocedure in 2020 opnieuw naar de (bodem)rechter.</p>
<p style="text-align: justify;">Met het zogenaamde 4<sup>e</sup> spoorwegpakket wil “de EU-spoorwegsector hervormen door stimulering van concurrentie en innovatie op de binnenlandse passagiersmarkten”<a href="#_ftn4" name="_ftnref4" title="">[4]</a>. Het onderhands gunnen van een concessie voor personenvervoer per spoor wordt aan striktere voorwaarden verbonden vanaf 25 december 2023<a href="#_ftn5" name="_ftnref5" title="">[5]</a>. De FMN meent dat de Nederlandse Staat de geplande verstrenging te snel wil af zijn.</p>
<p style="text-align: justify;">Ook in België zou de federale overheid binnen 1 à 2 jaar opnieuw onderhands een concessie gunnen voor 10 jaar aan de NMBS. Een “directe award aan de NMBS” is deel van het federaal regeerakkoord (opgenomen bij art. 3.4.1 Spoor).</p>
<div> </p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> <a href="https://www.ovpro.nl/special/2020/12/01/rechter-doet-geen-uitspraak-over-aanbesteding-hoofdrailnet-na-2024/?__cf_chl_managed_tk__=pmd_4xGZrb1hFrJBVdbLwjfhGFhgtfKO6vWDpCIn1Y0rWuE-1634891072-0-gqNtZGzNA1CjcnBszQh9&amp;gdpr=deny">https://www.ovpro.nl/special/2020/12/01/rechter-doet-geen-uitspraak-over-aanbesteding-hoofdrailnet-na-2024/?__cf_chl_managed_tk__=pmd_4xGZrb1hFrJBVdbLwjfhGFhgtfKO6vWDpCIn1Y0rWuE-1634891072-0-gqNtZGzNA1CjcnBszQh9&#038;gdpr=deny</a> .</p>
</div>
<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Zie Richtlijn 2012/34/EU “tot instelling van één Europese spoorwegruimte” en hierop volgende initiatieven.</p>
</div>
<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> <a href="https://www.spoorpro.nl/materieel/2021/08/29/regionale-spoorvervoerders-naar-rechter-in-strijd-tegen-alleenrecht-ns/">https://www.spoorpro.nl/materieel/2021/08/29/regionale-spoorvervoerders-naar-rechter-in-strijd-tegen-alleenrecht-ns/</a> ; <a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/05/ns-concurrenten-starten-procedure-a4060812">https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/05/ns-concurrenten-starten-procedure-a4060812</a> .</p>
</div>
<div id="ftn4">
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4" title="">[4]</a> <a href="https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/4th-railway-package/">https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/4th-railway-package/#</a> .</p>
</div>
<div id="ftn5">
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5" title="">[5]</a> Zie Verordening (EU) 2016/2338 “tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor”, artikel 9, a).</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Ontwerp decreet DBFM-scholen goedgekeurd door de Vlaamse Regering</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/ontwerp-decreet-dbfm-scholen-goedgekeurd-door-de-vlaamse-regering/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 17 Oct 2021 06:21:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1851</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/10/img-IMG_0906-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Krachtlijnen van het ontwerpdecreet

Artikel 5, tweede lid van het ontwerp bepaalt: “De Vlaamse Regering heeft de bevoegdheid om te beslissen over de keuze van plaatsingsprocedure, de vaststelling van de gunningsvoorwaarden, om de plaatsingsprocedure te voeren en gunt de opdracht.”

Een inrichtende macht dient een aanvraag in om in aanmerking te komen voor het programma na de lancering van een oproep door de vlaamse regering (art. 8). Bij de beoordeling van deze aanvragen wordt onder meer gekeken naar “reguliere wachtlijsten” en “dwingende nood aan investering”. AGION (Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs) geeft advies over de selectie (art. 9 en 10). Artikel 4 geeft aan dat het decreet van toepassing is op onderwijsinstellingen alsook op internaten en centra voor leerlingenbegeleiding. De mogelijkheid tot het bekomen van een DBFM-toelage en de berekening daarvan wordt behandeld in artikelen 14 en 15.

Wanneer een inrichtende macht besluit een DBFM-overeenkomst aan te gaan met een DBFM-vennootschap, wordt deze laatste verplicht om AGION op de hoogte te brengen en om een ontwerp van de overeenkomst voor te leggen ter goedkeuring (artikel 19 en 20). De vennootschap moet een zakelijk recht verleend krijgen op de schoolinfrastructuur vanwege de inrichtende macht en vervolgens de schoolinfrastructuur gedurende 30 jaar ter beschikking stellen aan de inrichtende macht (artikel 22).  “Op het einde van de DBFM-overeenkomst wordt de schoolinfrastructuur kosteloos overgedragen aan de inrichtende macht” (artikel 29).

Artikel 31 biedt de principiële mogelijkheid tot het stellen van een gemeenschapswaarborg door de vlaamse regering aan de inrichtende macht voor financiële verbintenissen in dit kader.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/10/img-IMG_0906-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;"><u>Krachtlijnen van het ontwerpdecreet</u></p>
<p style="text-align: justify;">Artikel 5, tweede lid van het ontwerp bepaalt: “<em>De Vlaamse Regering heeft de bevoegdheid om te beslissen over de keuze van plaatsingsprocedure, de vaststelling van de gunningsvoorwaarden, om de plaatsingsprocedure te voeren en gunt de opdracht.</em>”</p>
<p style="text-align: justify;">Een inrichtende macht dient een aanvraag in om in aanmerking te komen voor het programma na de lancering van een oproep door de vlaamse regering (art. 8). Bij de beoordeling van deze aanvragen wordt onder meer gekeken naar “reguliere wachtlijsten” en “dwingende nood aan investering”. AGION (Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs) geeft advies over de selectie (art. 9 en 10). Artikel 4 geeft aan dat het decreet van toepassing is op onderwijsinstellingen alsook op internaten en centra voor leerlingenbegeleiding. De mogelijkheid tot het bekomen van een DBFM-toelage en de berekening daarvan wordt behandeld in artikelen 14 en 15.</p>
<p style="text-align: justify;">Wanneer een inrichtende macht besluit een DBFM-overeenkomst aan te gaan met een DBFM-vennootschap, wordt deze laatste verplicht om AGION op de hoogte te brengen en om een ontwerp van de overeenkomst voor te leggen ter goedkeuring (artikel 19 en 20). De vennootschap moet een zakelijk recht verleend krijgen op de schoolinfrastructuur vanwege de inrichtende macht en vervolgens de schoolinfrastructuur gedurende 30 jaar ter beschikking stellen aan de inrichtende macht (artikel 22).  “Op het einde van de DBFM-overeenkomst wordt de schoolinfrastructuur kosteloos overgedragen aan de inrichtende macht” (artikel 29).</p>
<p style="text-align: justify;">Artikel 31 biedt de principiële mogelijkheid tot het stellen van een gemeenschapswaarborg door de vlaamse regering aan de inrichtende macht voor financiële verbintenissen in dit kader.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
