<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Overheidsopdrachten &#8211; Advocatenkantoor Dirk De Keuster</title>
	<atom:link href="https://www.ddk-law.be/actualiteit-categorieen/overheidsopdrachten/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.ddk-law.be</link>
	<description>Just another WordPress site</description>
	<lastBuildDate>Tue, 11 Apr 2023 10:35:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-BE</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.8.5</generator>

<image>
	<url>https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2020/02/cropped-favIcon_48x48-32x32.png</url>
	<title>Overheidsopdrachten &#8211; Advocatenkantoor Dirk De Keuster</title>
	<link>https://www.ddk-law.be</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Toelichting bij de wet van 8 februari 2023 tot wijziging van de Overheidsopdrachtenwet 2016</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/toelichting-bij-de-wet-van-8-februari-2023-tot-wijziging-van-de-overheidsopdrachtenwet-2016/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 06 Mar 2023 12:56:43 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=3054</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wanneer is er sprake van een kennelijke materiële fout in het kader van de gunning van overheidsopdrachten?</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/wanneer-is-er-sprake-van-een-kennelijke-materiele-fout-in-het-kader-van-de-gunning-van-overheidsopdrachten/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 14 Jan 2023 17:41:42 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=3021</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Raad van State laat prijsbeoordeling per schijf toe.</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/raad-van-state-laat-prijsbeoordeling-per-schijf-toe/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 02 Jan 2023 18:24:45 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=3013</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wijzingen aan de Overheidsopdrachten- en Concessiewet gepubliceerd.</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/wijzingen-aan-de-overheidsopdrachten-en-concessiewet-gepubliceerd/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 07 Jun 2022 18:54:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1831</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/06/img-staatsblad1-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Deze wet bevat nieuwe bepalingen die allereerst de omzetting betreffen van de Europese richtlijn inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (Richtlijn 2019/1161/EU tot wijziging van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen). Deze Richtlijn heeft tot doel het wagenpark van overheden te verduurzamen en stelt op nationaal niveau te behalen streefdoelen vast (zie artikelen 3 en 10).

Daarnaast bevat de wet verduidelijkingen over de uitsluitingsgronden op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie. Het betreffen onder meer de volgende wijzigingen en verduidelijkingen:


 berekening van de termijn voor uitsluiting van deelname aan overheidsopdrachten in het kader van bepaalde facultatieve uitsluitingsgronden
 De termijn van drie jaar loopt vanaf het besluit van een bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteit.  De aanbestedende overheid kan echter reeds eerder een beslissing tot uitsluiting nemen, met name vanaf de datum van de betrokken gebeurtenis en dus voorafgaand aan de beslissing van de bevoegde autoriteit (artikel 6).
 verplichte uitsluitingsgronden
 De kandidaat of inschrijver moet, bij aanvang van de procedure, op eigen initiatief aangeven of hij corrigerende maatregelen heeft genomen. De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten aan dat deze bepaling van toepassing is (artikel 7, §2)
 Facultatieve uitsluitingsgronden
 De aanbestedende overheid moet aan de kandidaat of inschrijver de mogelijkheid geven om corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de plaatsingsprocedure. De aanbestedende overheid kan evenwel in de opdrachtdocumenten vereisen dat de corrigerende maatregelen op eigen initiatief van de kandidaat of inschrijver worden gemeld bij aanvang van de procedure. In dit geval vermeldt de aanbestedende overheid voor welke facultatieve uitsluitingsgronden deze afwijking van toepassing is. Indien de kandidaat of inschrijver hierbij echter niet kan vaststellen of de uitsluitingsgrond die de aanbestedende overheid overweegt in te roepen van toepassing kan zijn, dient hem alsnog de mogelijkheid worden gegeven om corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de procedure (arikel 7, §3).


Tot slot bevat de wet ook een bepaling over de derdenrechten op schuldvorderingen. De schuldvorderingen van de opdrachtnemers uit hoofde van de uitvoering van een overheidsopdracht mogen tot aan de voorlopige oplevering niet het voorwerp zijn van beslag, verzet, overdracht of inpandgeving. Er is in bepaalde uitzonderingen voorzien voor lonen en de vorderingen van onderaannemers alsmede voor kredieten die aangegaan worden specifiek voor de uitvoering van de opdracht (zie artikel 8 die artikel 87/1 invoert).

 

 ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/06/img-staatsblad1-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">Deze wet bevat nieuwe bepalingen die allereerst de omzetting betreffen van de Europese richtlijn inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L1161&amp;from=NL" rel="noopener noreferrer" target="_blank">Richtlijn 2019/1161/EU tot wijziging van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen</a>). Deze Richtlijn heeft tot doel het wagenpark van overheden te verduurzamen en stelt op nationaal niveau te behalen streefdoelen vast (zie artikelen 3 en 10).</p>
<p style="text-align: justify;">Daarnaast bevat de wet verduidelijkingen over de uitsluitingsgronden op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie. Het betreffen onder meer de volgende wijzigingen en verduidelijkingen:</p>
<ul>
<li style="text-align: justify;"><strong>berekening van de termijn voor uitsluiting van deelname aan overheidsopdrachten in het kader van bepaalde facultatieve uitsluitingsgronden</strong><br />
 De termijn van drie jaar loopt vanaf het besluit van een bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteit.  De aanbestedende overheid kan echter reeds eerder een beslissing tot uitsluiting nemen, met name vanaf de datum van de betrokken gebeurtenis en dus voorafgaand aan de beslissing van de bevoegde autoriteit (artikel 6).</li>
<li style="text-align: justify;"><strong>verplichte uitsluitingsgronden</strong><br />
 De kandidaat of inschrijver moet, bij aanvang van de procedure, op eigen initiatief aangeven of hij corrigerende maatregelen heeft genomen. De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten aan dat deze bepaling van toepassing is (artikel 7, §2)</li>
<li style="text-align: justify;"><strong>Facultatieve uitsluitingsgronden</strong><br />
 De aanbestedende overheid moet aan de kandidaat of inschrijver de mogelijkheid geven om corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de plaatsingsprocedure. De aanbestedende overheid kan evenwel in de opdrachtdocumenten vereisen dat de corrigerende maatregelen op eigen initiatief van de kandidaat of inschrijver worden gemeld bij aanvang van de procedure. In dit geval vermeldt de aanbestedende overheid voor welke facultatieve uitsluitingsgronden deze afwijking van toepassing is. Indien de kandidaat of inschrijver hierbij echter niet kan vaststellen of de uitsluitingsgrond die de aanbestedende overheid overweegt in te roepen van toepassing kan zijn, dient hem alsnog de mogelijkheid worden gegeven om corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de procedure (arikel 7, §3).</li>
</ul>
<p style="text-align: justify;">Tot slot bevat de wet ook een bepaling over de <strong>derdenrechten op schuldvorderingen. </strong>De schuldvorderingen van de opdrachtnemers uit hoofde van de uitvoering van een overheidsopdracht mogen tot aan de voorlopige oplevering niet het voorwerp zijn van beslag, verzet, overdracht of inpandgeving. Er is in bepaalde uitzonderingen voorzien voor lonen en de vorderingen van onderaannemers alsmede voor kredieten die aangegaan worden specifiek voor de uitvoering van de opdracht (zie artikel 8 die artikel 87/1 invoert).</p>
<p> </p>
<p> </p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Raad van State schorst verplaatsingsbevel nutsvoorzieningen</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/raad-van-state-schorst-verplaatsingsbevel-nutsvoorzieningen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 26 May 2022 07:29:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1833</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/05/img-IMG_07532-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />De Raad van State was van oordeel dat de verplaatsingsbevelen niet met de nodige zorgvuldigheid waren gegeven. 

De rechtsgrond voor deze verplaatsingsbevelen ten aanzien van Proximus bevindt zich in artikel 98, §3 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige overheidsbedrijven. Dit artikel stelt het volgende: 

§ 3. De overheid heeft het recht om de inrichting of het plan van aanleg van de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen te doen wijzigen naar aanleiding van werken die zij wenst uit te voeren aan het openbaar domein dat zij beheert. Zij behoort de operator van het betrokken  openbaar elektronische-communicatienetwerk hiervan bij ter post aangetekende brief kennis te geven ten minste twee maanden vóór de uitvoering van de werken wordt aangevat. De kosten wegens wijziging van de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen zijn ten laste van de operator van het betrokken openbaar elektronische-communicatienetwerk.

Wanneer die werken aan het openbaar domein niet worden uitgevoerd of wanneer de overheid de wijziging van de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen heeft aangevraagd ten gunste van een andere persoon, kan de operator van het betrokken openbaar elektronische-communicatienetwerk de kosten van de wijziging ten laste van de overheid leggen. 

De termijn van twee maanden doet geen afbreuk aan de verplichting van de betrokken overheid om zorgvuldig en redelijk te handelen.Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit. Het redelijkheidsbeginsel verplicht er het bestuur onder meer toe de rechtsonderhorige een redelijke termijn toe te kennen voor het uitvoeren van een aan hem opgelegd bevel.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/05/img-IMG_07532-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">De Raad van State was van oordeel dat de verplaatsingsbevelen niet met de nodige zorgvuldigheid waren gegeven. </p>
<p style="text-align: justify;">De rechtsgrond voor deze verplaatsingsbevelen ten aanzien van Proximus bevindt zich in artikel 98, §3 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige overheidsbedrijven. Dit artikel stelt het volgende: </p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;"><em>§ 3. De overheid heeft het recht om de inrichting of het plan van aanleg van de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen te doen wijzigen naar aanleiding van werken die zij wenst uit te voeren aan het openbaar domein dat zij beheert. Zij behoort de operator van het betrokken  openbaar elektronische-communicatienetwerk hiervan bij ter post aangetekende brief kennis te geven ten minste twee maanden vóór de uitvoering van de werken wordt aangevat. De kosten wegens wijziging van de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen zijn ten laste van de operator van het betrokken openbaar elektronische-communicatienetwerk.</em></p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;"><em>Wanneer die werken aan het openbaar domein niet worden uitgevoerd of wanneer de overheid de wijziging van de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen heeft aangevraagd ten gunste van een andere persoon, kan de operator van het betrokken openbaar elektronische-communicatienetwerk de kosten van de wijziging ten laste van de overheid leggen. </em></p>
<p style="text-align: justify;">De termijn van twee maanden doet geen afbreuk aan de verplichting van de betrokken overheid om zorgvuldig en redelijk te handelen.Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit. Het redelijkheidsbeginsel verplicht er het bestuur onder meer toe de rechtsonderhorige een redelijke termijn toe te kennen voor het uitvoeren van een aan hem opgelegd bevel.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hoe omgaan met de huidige stijging van materiaalprijzen bij overheidsopdrachten ? Federale Overheid geeft aanbevelingen</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/hoe-omgaan-met-de-huidige-stijging-van-materiaalprijzen-bij-overheidsopdrachten-federale-overheid-geeft-aanbevelingen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 26 May 2022 07:04:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1835</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/05/img-20220318_135559-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Zoals in de nota wordt aangestipt, kennen vele “afgewerkte producten, halffabricaten en grondstoffen de laatste weken aanzienlijke tot extreme prijsstijgingen en prijsschommelingen (dit is onder meer het geval voor energie, brandstoffen, aluminium, staal, koper, lijmen, koolwaterstofproducten, hout, …)”. Voor inschrijvers op een opdracht wordt het moeilijk om aan prijszetting te doen. Bij lopende opdrachten kan het contractueel evenwicht verstoord raken door afwezige of ontoereikende prijsherzieningsclausules.

Met betrekking tot lopende opdrachten verwijst de nota onder meer naar artikel 38/7 KB AUR van 14 januari 2013. Dit artikel luidt bij paragraaf 2, alinea 2:

“De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur. In geval van moeilijkheden om een prijsherzieningsformule samen te stellen, kan de aanbesteder de gezondheidsindex, de index van consumptieprijzen of een andere passende index hanteren.”

De nota geeft aan dat de huidige uitzonderlijke schommelingen ervoor kunnen zorgen dat de vertraging waarmee zulke clausules prijsverhogingen opvangen, problematisch wordt. De opdrachtnemer kan in zulk geval artikel 38/9 KB AUR inroepen: onvoorzienbare omstandigheden. In dit geval is een tijdige schriftelijke kennisgeving van de omstandigheden en hun invloed vereist.[1] De nota acht het ook denkbaar dat in bepaalde gevallen de wijziging van de opdracht wordt ingeroepen door de opdrachtnemer (artikelen 38/2 of 38/4 ; 38/5 of 38/6).

Verder wordt aangeraden dat waar nodig aanbesteders en opdrachtnemers uit lopende opdrachten samen zoeken naar een geschikte aanpak. Een eerste voorbeeld dat wordt gegeven is afstappen van het gebruik van de algemene bouwindex “I” waar deze index onvoldoende rekening houdt met de specifieke materialen voor de opdracht in casu. Een tweede voorbeeld heeft betrekking op een op zich adequaat indexmechanisme dat te traag werkt. Hierbij zou dan kunnen worden overeengekomen om een systeem van voorlopige betalingen en definitieve afrekeningen te hanteren voor de resterende duur van de uitvoering. Een derde opgeworpen mogelijkheid is in uitzonderlijke gevallen rekening te houden met de reële prijzen. Indien een aanbesteder oordeelt dat artikel 38/9 (onvoorziene omstandigheden) van toepassing is, kan “zo kort als mogelijk” gewerkt worden met compenserende vergoedingen. De opdrachtnemer dient in zulk geval zeer precieze data over te maken aan de opdrachtgever.

Voor nog te gunnen opdrachten wordt de opname van twee clausules naar voren geschoven. Het betreft enerzijds de opname van een prijsherzieningsclausule ook waar dit niet is verplicht. Anderzijds gaat het om de opname van een clausule rond het contractueel evenwicht gevormd naar artikel 38/9 dan wel 38 KB AUR.

 


[1] Zie hiervoor ook artikelen 38/14 (termijn van 30 dagen) en 38/15 (straf van verval).]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2022/05/img-20220318_135559-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">Zoals in de nota wordt aangestipt, kennen vele “afgewerkte producten, halffabricaten en grondstoffen de laatste weken aanzienlijke tot extreme prijsstijgingen en prijsschommelingen (dit is onder meer het geval voor energie, brandstoffen, aluminium, staal, koper, lijmen, koolwaterstofproducten, hout, …)”. Voor inschrijvers op een opdracht wordt het moeilijk om aan prijszetting te doen. Bij lopende opdrachten kan het contractueel evenwicht verstoord raken door afwezige of ontoereikende prijsherzieningsclausules.</p>
<p style="text-align: justify;">Met betrekking tot lopende opdrachten verwijst de nota onder meer naar artikel 38/7 KB AUR van 14 januari 2013. Dit artikel luidt bij paragraaf 2, alinea 2:</p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;"><em>“De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur. In geval van moeilijkheden om een prijsherzieningsformule samen te stellen, kan de aanbesteder de gezondheidsindex, de index van consumptieprijzen of een andere passende index hanteren.”</em></p>
<p style="text-align: justify;">De nota geeft aan dat de huidige uitzonderlijke schommelingen ervoor kunnen zorgen dat de vertraging waarmee zulke clausules prijsverhogingen opvangen, problematisch wordt. De opdrachtnemer kan in zulk geval artikel 38/9 KB AUR inroepen: onvoorzienbare omstandigheden. In dit geval is een tijdige schriftelijke kennisgeving van de omstandigheden en hun invloed vereist.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a> De nota acht het ook denkbaar dat in bepaalde gevallen de wijziging van de opdracht wordt ingeroepen door de opdrachtnemer (artikelen 38/2 of 38/4 ; 38/5 of 38/6).</p>
<p style="text-align: justify;">Verder wordt aangeraden dat waar nodig aanbesteders en opdrachtnemers uit lopende opdrachten samen zoeken naar een geschikte aanpak. Een eerste voorbeeld dat wordt gegeven is afstappen van het gebruik van de algemene bouwindex “I” waar deze index onvoldoende rekening houdt met de specifieke materialen voor de opdracht in casu. Een tweede voorbeeld heeft betrekking op een op zich adequaat indexmechanisme dat te traag werkt. Hierbij zou dan kunnen worden overeengekomen om een systeem van voorlopige betalingen en definitieve afrekeningen te hanteren voor de resterende duur van de uitvoering. Een derde opgeworpen mogelijkheid is in uitzonderlijke gevallen rekening te houden met de reële prijzen. Indien een aanbesteder oordeelt dat artikel 38/9 (onvoorziene omstandigheden) van toepassing is, kan “zo kort als mogelijk” gewerkt worden met compenserende vergoedingen. De opdrachtnemer dient in zulk geval zeer precieze data over te maken aan de opdrachtgever.</p>
<p style="text-align: justify;">Voor nog te gunnen opdrachten wordt de opname van twee clausules naar voren geschoven. Het betreft enerzijds de opname van een prijsherzieningsclausule ook waar dit niet is verplicht. Anderzijds gaat het om de opname van een clausule rond het contractueel evenwicht gevormd naar artikel 38/9 dan wel 38 KB AUR.</p>
<div> </p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> Zie hiervoor ook artikelen 38/14 (termijn van 30 dagen) en 38/15 (straf van verval).</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Abnormale prijzen in offertes bij overheidsopdrachten</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/abnormale-prijzen-in-offertes-bij-overheidsopdrachten/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 25 Oct 2021 09:54:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1845</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/10/img-IMG_1106-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />I.          Inleiding

1.         Wanneer een aanbesteder in het kader van de organisatie van een overheidsopdracht offertes ontvangt, dient deze aanbesteder over te gaan tot een onderzoek van de regelmatigheid van de offertes (art. 83 Wet overheidsopdrachten 2016). Een offerte moet immers voldoen aan de vereisten van de opdracht en het overheidsopdrachtenrecht. De aanbesteder moet hierbij ook een prijzen- of kostenonderzoek uitvoeren op de ingediende offertes (art. 84 Wet overheidsopdrachten 2016). Artikel 84 geeft aan dat de overheid de inschrijvers kan verzoeken “alle nodige inlichtingen te verstrekken” om dit onderzoek mogelijk te maken.  De aanbesteder is dus gehouden om te onderzoeken hoe men in de offerte tot bepaalde prijzen of kosten komt.

De reden voor deze wettelijke verplichting tot prijsonderzoek bestaat er in dat het betalen van abnormale prijzen door een aanbesteder niet strookt met het algemeen belang.[1] Globale prijzen die abnormaal hoog zijn kunnen te verklaren zijn door een marksituatie met weinig concurrentie. Globale prijzen met abnormaal laag karakter kunnen verschillende oorzaken hebben zoals een inschattingsfout bij de inschrijver, een bewuste hantering van dumpingprijzen of een absolute wil om de opdracht binnen te halen.  Een voorbeeld van oorzaak voor het gebruik van abnormaal lage eenheidsprijzen, is de speculatie over de werkelijke hoeveelheden. [2]

2.         De notie abnormaal lage prijzen is ook gekend in het Europese recht. Met betrekking tot de abnormaal lage prijzen of kosten stelt artikel 69, lid 1 EU-Richtlijn 2014/24 dat de aanbestedende dienst ondernemers ertoe verplicht de in de inschrijving voorgestelde prijs of kosten nader toe te lichten wanneer de inschrijving in verhouding tot de werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt te zijn.

II.         Artikel 36 en 37 KB plaatsing 2017

3.         Het prijsonderzoek wordt in het KB Plaatsing nader geregeld in de artikelen  36 en 37 én heeft betrekking zowel op abnormaal hoge als abnormale lage prijzen. Het prijsonderzoek heeft betrekking zowel op de totaalprijzen als op de eenheidsprijzen.

Het onderzoek van de abnormaal lage of hoge prijzen vindt plaats in het kader van het regelmatigheidsonderzoek; dus voorafgaandelijk aan de gunning. Wanneer een aanbestedingsprocedure met een component onderhandelen[3] wordt aangewend, kan de aanbesteder de bevraging reeds in een vroeg stadium van de procedure uitvoeren, dan wel wachten op de laatst ingediende offertes (art. 36, §1).

Indien een aanbestedende overheid een abnormaal hoge of lage eenheidsprijs vaststelt, moet hij de inschrijver verzoeken om deze prijs te verantwoorden.  Deze laatste dient de nodige schriftelijke verantwoording te voorzien binnen een termijn van 12 dagen[4] of langer indien expliciet vermeld in de uitnodiging.  De verantwoording kan verband houden met onder meer :

  1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;

2° de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten;

3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;

4° de eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver.

De aanbestedende overheid beschikt over een grote mate van beleidsvrijheid bij de beoordeling van de prijsverantwoording. De verhaalsinstantie zal enkel kunnen nagaan of de betrokken motieven van dat onderzoek naar behoren zijn bewezen en of de beoordeling van het bestuur de perken van de redelijkheid en de zorgvuldigheid niet te buiten is gegaan[5]. Het is echter vaststaande rechtspraak dat standaardantwoorden van de inschrijvers niet kunnen aanvaard worden.

De aanbesteder is niet gehouden verantwoording te vragen voor prijzen voor verwaarloosbare posten (art.36, §2). Dit artikel biedt echter geen vrijgeleide aan de verwerende partij om geen prijsonderzoek te voeren[6]. Bovendien moet zorgvuldig onderzocht worden dat het verwaarloosbaar karakter geen abnormale prijs kan camoufleren. Er zal in de feiten moeten worden aangeduid dat deze post bij elk van de inschrijvers verwaarloosbaar is. Brengt een prijsonderzoek geen klaarheid over de aanwezigheid van abnormale prijzen in de offerte, dient de offerte als onregelmatig beschouwd en door de aanbesteder geweerd. (art.36, §3).

4.         Voor bepaalde gevallen bepaalt het KB Plaatsing een vermoeden van abnormaal offertebedrag (§4). In deze gevallen is de aanbesteder verplicht een prijs-en kostenonderzoek te voeren. De regeling vormt een uitbreiding van de oude 15%-regel.

Het gaat thans om volgende gevallen:

- een opdracht voor werken of een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector,

- waarbij de prijs het enige gunningscriterium is (of meer dan 50% uitmaakt)

- en voor zover minstens vier offertes in aanmerking genomen werden.

 In deze gevallen dient elke offerte waarvan het totale offertebedrag 15% of meer onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt, aan een prijs-en kostenonderzoek onderworpen. Een hogere drempel dan 15% kan bij opdrachten waar de prijs niet het enige criterium is. Dit dient opgenomen in de opdrachtdocumenten door de aanbesteder.

In het Verslag aan de Koning gevoegd bij het KB Plaatsing 2017 is opgenomen dat de uitbreiding van bestaande regel bij overheidsopdrachten voor werken naar overheidsopdrachten voor diensten in fraudegevoelige sectoren kadert in de strijd tegen sociale dumping.[7]

5.         In bepaalde gevallen is bij abnormale prijzen ook een meldingsplicht voorzien. Bij wering van een offerte op basis van een abnormale prijs of kost, dient de auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit ingelicht. Parallelle meldingsplichten zijn voorzien aan de Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst (lage prijzen en niet naleving van federaal arbeidsrecht of sociaal recht), aan de Europese Commissie (lage prijzen en bepaalde overheidssteun) en aan de Commissie voor de erkenning van aannemers (lage prijzen of kosten en opdracht voor werken) (§5).

Artikel 36, §6 bevat een toepasselijkheidsbepaling voor bepaalde opdrachten onder bepaalde drempels[8]

Artikel 37 van genoemd KB stelt dat de aanbesteder alle verificaties van de boekhoudkundige stukken en alle onderzoeken ter plaatse kan uitvoeren. Hiervan wordt in de praktijk weinig gebruik gemaakt.

III.        Recente toepassingen in de rechtspraak (2020-2021)

6.         Uit recente rechtspraak over het thema blijkt dat aanbesteders niet altijd een prijsonderzoek voeren of minstens hun prijsonderzoek niet afdoende toelichten in de motivering van een beslissing. Indien hierover vroeger nog enige onduidelijkheid bestond, is de regel nu wel heel duidelijk. Een prijsonderzoek is bij elke overheidsopdracht verplicht.

Bij arrest nr. 248.160  (Autonoom Gemeentebedrijf Stadsontwikkeling Bilzen) dd. 20 augustus 2020 achtte de Raad een schorsing van de gunningsbeslissing passend, stellende dat “in het administratief dossier niet het minste spoor terug te vinden is naar enig prijsonderzoek, naar enige verklaring voor het substantieel prijsverschil of naar de beweegredenen om de opgegeven prijzen dit onderzoek te laten doorstaan. … Uit de voorgaanden volgt dat, voor zover al een prijsonderzoek zou zijn gebeurd, de draagwijdte ervan alleszins niet wordt geschraagd door deugdelijke motieven.” De Raad kwam kort nadien tot een gelijkaardig besluit in haar arrest 248.183 (FOD Mobiliteit en vervoer) dd. 28 augustus 2020.

Bij arrest nr. 249.703 (Taxi Hendriks t./vlaams gewest) dd. 2 februari 2021 zien we dat de Raad de lijn doorzet. In deze zaak zou er lopende de procedure een prijsonderzoek zijn gebeurd en zouden er door de aanbestedende overheid prijsverantwoordingen zijn gevraagd en ontvangen. Echter het gunningsverslag noch de beslissing bevat informatie die van aard is om toe te laten aan de overige inschrijvers om de beoordeling van de prijzen naar waarde te schatten. De Raad oordeelt dat deze handelswijze niet naar recht te verantwoorden is, ook niet op basis van artikel 10 van de wet van 17 juni 2013 (niet openbaar maken en commerciële belangen). De Raad besluit tot de schorsing van de bestreden beslissing.

7.         Bij arrest C-367/19- Taks-Fin-Lex t./ Ministrstvo za notranje zadeve, dd. 10 september 2020 onderstreepte het Hof van Justitie de verplichting tot prijsonderzoek, ook bij een offerte met nul-prijs. Een nul-prijs in een offerte ontslaat een aanbestedende overheid niet van deze verplichting en is op zich geen grond om een offerte te weren, aldus het Hof.

IV.        Besluit

8.         Zoals reeds vermeld in dit artikel, is een aanbesteder steeds gehouden om te onderzoeken hoe men in de offerte tot bepaalde prijzen komt en of ze niet abnormaal hoog of laag zijn. Het is aangewezen, in het licht van recente rechtspraak, dat een aanbesteder in haar administratief dossier voldoende laat blijken dit te hebben gedaan en hoe. ‘Absurde’ prijzen in een offerte ontslaan een aanbesteder overigens niet van de verplichting tot prijsonderzoek. Lezers van het gunningsverslag of de gunningsbeslissingen dienen hierin de degelijkheid van het prijsonderzoek te kunnen nagaan. Ook de bescherming van commerciële belangen kan niet ingeroepen worden om een onmogelijkheid tot beoordeling te rechtvaardigen. Als de aanbesteder een prijsonderzoek doet en de inschrijver inlichtingen verschaft, heeft de aanbesteder evenwel een ruime appreciatiebevoegdheid mits zorgvuldig gemotiveerd.

 


[1] J. Van Caeyzeele, “De complexe puzzel van het prijsonderzoek” in C. De Koninck et al. (eds.), Jaarboek overheidsopdrachten 2018-2019, Brussel, EBP Publishers, 2019, 788.



[2] T. Mortier, Overheidsopdrachtenwetgeving anno 2021-Van aanbestedingen over mededingingsprocedures tot nieuwe toepassingen, Brussel, Lefebvre Sarrut Belgium NV, 2021, 481-490.



[3] Het gaat hier om de mededingingsprocedure met onderhandeling, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.



[4] “Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, kan de aanbestedende overheid, mits uitdrukkelijk gemotiveerde bepaling in de opdrachtdocumenten, in een kortere termijn voorzien.”



[5] Zie o.m. R.v.St. nr. 250.817 van 8 juni 2021.



[6] R.v.St. nr. 248.160 van 20 augustus 2020.



[7] “Er wordt immers vaak vastgesteld dat de factor "loon" een niet onbelangrijk onderdeel voorstelt in arbeidsintensieve sectoren. Voor zover nuttig, wordt herinnerd aan het feit dat de sociale dumping zich vooral voordoet in de arbeidsintensieve sectoren, waar een sterke prijsconcurrentie heerst en waar misbruiken heersen ten opzichte van de Europese detacheringsregels (buitenlandse arbeiders met lonen die de Belgische minimale vereisten niet eerbiedigen, ...)."



[8] “Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is het onderhavige artikel niet toepasselijk op de mededingingsprocedure met onderhandeling, noch op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, noch op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 500.000 euro.”]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/10/img-IMG_1106-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;"><strong>I.          Inleiding</strong></p>
<p style="text-align: justify;">1.         Wanneer een aanbesteder in het kader van de organisatie van een overheidsopdracht offertes ontvangt, dient deze aanbesteder over te gaan tot een onderzoek van de regelmatigheid van de offertes (art. 83 Wet overheidsopdrachten 2016). Een offerte moet immers voldoen aan de vereisten van de opdracht en het overheidsopdrachtenrecht. De aanbesteder moet hierbij ook een prijzen- of kostenonderzoek uitvoeren op de ingediende offertes (art. 84 Wet overheidsopdrachten 2016). Artikel 84 geeft aan dat de overheid de inschrijvers kan verzoeken “alle nodige inlichtingen te verstrekken<strong>”</strong> om dit onderzoek mogelijk te maken.  De aanbesteder is dus gehouden om te onderzoeken hoe men in de offerte tot bepaalde prijzen of kosten komt.</p>
<p style="text-align: justify;">De reden voor deze wettelijke verplichting tot prijsonderzoek bestaat er in dat het betalen van abnormale prijzen door een aanbesteder niet strookt met het algemeen belang.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a> Globale prijzen die abnormaal hoog zijn kunnen te verklaren zijn door een marksituatie met weinig concurrentie. Globale prijzen met abnormaal laag karakter kunnen verschillende oorzaken hebben zoals een inschattingsfout bij de inschrijver, een bewuste hantering van dumpingprijzen of een absolute wil om de opdracht binnen te halen.  Een voorbeeld van oorzaak voor het gebruik van abnormaal lage eenheidsprijzen, is de speculatie over de werkelijke hoeveelheden. <a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a></p>
<p style="text-align: justify;">2.         De notie abnormaal lage prijzen is ook gekend in het Europese recht. Met betrekking tot de abnormaal lage prijzen of kosten stelt artikel 69, lid 1 EU-Richtlijn 2014/24 dat de aanbestedende dienst ondernemers ertoe verplicht de in de inschrijving voorgestelde prijs of kosten nader toe te lichten wanneer de inschrijving in verhouding tot de werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt te zijn.</p>
<p style="text-align: justify;"><strong>II.         Artikel 36 en 37 KB plaatsing 2017</strong></p>
<p style="text-align: justify;">3.         Het prijsonderzoek wordt in het KB Plaatsing nader geregeld in de artikelen  36 en 37 én heeft betrekking zowel op abnormaal hoge als abnormale lage prijzen. Het prijsonderzoek heeft betrekking zowel op de totaalprijzen als op de eenheidsprijzen.</p>
<p style="text-align: justify;">Het onderzoek van de abnormaal lage of hoge prijzen vindt plaats in het kader van het regelmatigheidsonderzoek; dus voorafgaandelijk aan de gunning. Wanneer een aanbestedingsprocedure met een component onderhandelen<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a> wordt aangewend, kan de aanbesteder de bevraging reeds in een vroeg stadium van de procedure uitvoeren, dan wel wachten op de laatst ingediende offertes (art. 36, §1).</p>
<p style="text-align: justify;">Indien een aanbestedende overheid een abnormaal hoge of lage eenheidsprijs vaststelt, moet hij de inschrijver verzoeken om deze prijs te verantwoorden.  Deze laatste dient de nodige schriftelijke verantwoording te voorzien binnen een termijn van 12 dagen<a href="#_ftn4" name="_ftnref4" title="">[4]</a> of langer indien expliciet vermeld in de uitnodiging.  De verantwoording kan verband houden met onder meer :</p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;">  1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;</p>
<p style="margin-left: 35.4pt; text-align: justify;">2° de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten;</p>
<p style="margin-left: 35.4pt; text-align: justify;">3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;</p>
<p style="margin-left: 35.4pt; text-align: justify;">4° de eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver.</p>
<p style="text-align: justify;">De aanbestedende overheid beschikt over een grote mate van beleidsvrijheid bij de beoordeling van de prijsverantwoording. De verhaalsinstantie zal enkel kunnen nagaan of de betrokken motieven van dat onderzoek naar behoren zijn bewezen en of de beoordeling van het bestuur de perken van de redelijkheid en de zorgvuldigheid niet te buiten is gegaan<a href="#_ftn5" name="_ftnref5" title="">[5]</a>. Het is echter vaststaande rechtspraak dat standaardantwoorden van de inschrijvers niet kunnen aanvaard worden.</p>
<p style="text-align: justify;">De aanbesteder is niet gehouden verantwoording te vragen voor prijzen voor verwaarloosbare posten (art.36, §2). Dit artikel biedt echter geen vrijgeleide aan de verwerende partij om geen prijsonderzoek te voeren<a href="#_ftn6" name="_ftnref6" title="">[6]</a>. Bovendien moet zorgvuldig onderzocht worden dat het verwaarloosbaar karakter geen abnormale prijs kan camoufleren. Er zal in de feiten moeten worden aangeduid dat deze post bij elk van de inschrijvers verwaarloosbaar is. Brengt een prijsonderzoek geen klaarheid over de aanwezigheid van abnormale prijzen in de offerte, dient de offerte als onregelmatig beschouwd en door de aanbesteder geweerd. (art.36, §3).</p>
<p style="text-align: justify;">4.         Voor bepaalde gevallen bepaalt het KB Plaatsing een vermoeden van abnormaal offertebedrag (§4). In deze gevallen is de aanbesteder verplicht een prijs-en kostenonderzoek te voeren. De regeling vormt een uitbreiding van de oude 15%-regel.</p>
<p style="text-align: justify;">Het gaat thans om volgende gevallen:</p>
<p style="margin-left: 80px; text-align: justify;">&#8211; een opdracht voor werken of een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector,</p>
<p style="margin-left: 80px; text-align: justify;">&#8211; waarbij de prijs het enige gunningscriterium is (of meer dan 50% uitmaakt)</p>
<p style="margin-left: 80px; text-align: justify;">&#8211; en voor zover minstens vier offertes in aanmerking genomen werden.</p>
<p style="text-align: justify;"> In deze gevallen dient elke offerte waarvan het totale offertebedrag 15% of meer onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt, aan een prijs-en kostenonderzoek onderworpen. Een hogere drempel dan 15% kan bij opdrachten waar de prijs niet het enige criterium is. Dit dient opgenomen in de opdrachtdocumenten door de aanbesteder.</p>
<p style="text-align: justify;">In het Verslag aan de Koning gevoegd bij het KB Plaatsing 2017 is opgenomen dat de uitbreiding van bestaande regel bij overheidsopdrachten voor werken naar overheidsopdrachten voor diensten in fraudegevoelige sectoren kadert in de strijd tegen sociale dumping.<a href="#_ftn7" name="_ftnref7" title="">[7]</a></p>
<p style="text-align: justify;">5.         In bepaalde gevallen is bij abnormale prijzen ook een meldingsplicht voorzien. Bij wering van een offerte op basis van een abnormale prijs of kost, dient de auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit ingelicht. Parallelle meldingsplichten zijn voorzien aan de Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst (lage prijzen en niet naleving van federaal arbeidsrecht of sociaal recht), aan de Europese Commissie (lage prijzen en bepaalde overheidssteun) en aan de Commissie voor de erkenning van aannemers (lage prijzen of kosten en opdracht voor werken) (§5).</p>
<p>Artikel 36, §6 bevat een toepasselijkheidsbepaling voor bepaalde opdrachten onder bepaalde drempels<a href="#_ftn8" name="_ftnref8" title="">[8]</a></p>
<p>Artikel 37 van genoemd KB stelt dat de aanbesteder alle verificaties van de boekhoudkundige stukken en alle onderzoeken ter plaatse kan uitvoeren. Hiervan wordt in de praktijk weinig gebruik gemaakt.</p>
<p><strong>III.        Recente toepassingen in de rechtspraak (2020-2021)</strong></p>
<p style="text-align: justify;">6.         Uit recente rechtspraak over het thema blijkt dat aanbesteders niet altijd een prijsonderzoek voeren of minstens hun prijsonderzoek niet afdoende toelichten in de motivering van een beslissing. Indien hierover vroeger nog enige onduidelijkheid bestond, is de regel nu wel heel duidelijk. Een prijsonderzoek is bij elke overheidsopdracht verplicht.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij arrest nr. 248.160  (Autonoom Gemeentebedrijf Stadsontwikkeling Bilzen) dd. 20 augustus 2020 achtte de Raad een schorsing van de gunningsbeslissing passend, stellende dat “<em>in het administratief dossier niet het minste spoor terug te vinden is naar enig prijsonderzoek, naar enige verklaring voor het substantieel prijsverschil of naar de beweegredenen om de opgegeven prijzen dit onderzoek te laten doorstaan. … Uit de voorgaanden volgt dat, voor zover al een prijsonderzoek zou zijn gebeurd, de draagwijdte ervan alleszins niet wordt geschraagd door deugdelijke motieven</em>.” De Raad kwam kort nadien tot een gelijkaardig besluit in haar arrest 248.183 (FOD Mobiliteit en vervoer) dd. 28 augustus 2020.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij arrest nr. 249.703 (Taxi Hendriks t./vlaams gewest) dd. 2 februari 2021 zien we dat de Raad de lijn doorzet. In deze zaak zou er lopende de procedure een prijsonderzoek zijn gebeurd en zouden er door de aanbestedende overheid prijsverantwoordingen zijn gevraagd en ontvangen. Echter het gunningsverslag noch de beslissing bevat informatie die van aard is om toe te laten aan de overige inschrijvers om de beoordeling van de prijzen naar waarde te schatten. De Raad oordeelt dat deze handelswijze niet naar recht te verantwoorden is, ook niet op basis van artikel 10 van de wet van 17 juni 2013 (niet openbaar maken en commerciële belangen). De Raad besluit tot de schorsing van de bestreden beslissing.</p>
<p style="text-align: justify;">7.         Bij arrest C-367/19- Taks-Fin-Lex t./ Ministrstvo za notranje zadeve, dd. 10 september 2020 onderstreepte het Hof van Justitie de verplichting tot prijsonderzoek, ook bij een offerte met nul-prijs. Een nul-prijs in een offerte ontslaat een aanbestedende overheid niet van deze verplichting en is op zich geen grond om een offerte te weren, aldus het Hof.</p>
<p><strong>IV.        Besluit</strong></p>
<p style="text-align: justify;">8.         Zoals reeds vermeld in dit artikel, is een aanbesteder steeds gehouden om te onderzoeken hoe men in de offerte tot bepaalde prijzen komt en of ze niet abnormaal hoog of laag zijn. Het is aangewezen, in het licht van recente rechtspraak, dat een aanbesteder in haar administratief dossier voldoende laat blijken dit te hebben gedaan en hoe. ‘Absurde’ prijzen in een offerte ontslaan een aanbesteder overigens niet van de verplichting tot prijsonderzoek. Lezers van het gunningsverslag of de gunningsbeslissingen dienen hierin de degelijkheid van het prijsonderzoek te kunnen nagaan. Ook de bescherming van commerciële belangen kan niet ingeroepen worden om een onmogelijkheid tot beoordeling te rechtvaardigen. Als de aanbesteder een prijsonderzoek doet en de inschrijver inlichtingen verschaft, heeft de aanbesteder evenwel een ruime appreciatiebevoegdheid mits zorgvuldig gemotiveerd.</p>
<div> </p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> J. Van Caeyzeele, “De complexe puzzel van het prijsonderzoek” in C. De Koninck et al. (eds.), <em>Jaarboek overheidsopdrachten 2018-2019</em>, Brussel, EBP Publishers, 2019, 788.</p>
</div>
<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> T. Mortier, <em>Overheidsopdrachtenwetgeving anno 2021-Van aanbestedingen over mededingingsprocedures tot nieuwe toepassingen, </em>Brussel, Lefebvre Sarrut Belgium NV, 2021, 481-490.</p>
</div>
<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> Het gaat hier om de mededingingsprocedure met onderhandeling, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.</p>
</div>
<div id="ftn4">
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4" title="">[4]</a> “Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, kan de aanbestedende overheid, mits uitdrukkelijk gemotiveerde bepaling in de opdrachtdocumenten, in een kortere termijn voorzien.”</p>
</div>
<div id="ftn5">
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5" title="">[5]</a> Zie o.m. R.v.St. nr. 250.817 van 8 juni 2021.</p>
</div>
<div id="ftn6">
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6" title="">[6]</a> R.v.St. nr. 248.160 van 20 augustus 2020.</p>
</div>
<div id="ftn7">
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7" title="">[7]</a> “Er wordt immers vaak vastgesteld dat de factor &#8220;loon&#8221; een niet onbelangrijk onderdeel voorstelt in arbeidsintensieve sectoren. Voor zover nuttig, wordt herinnerd aan het feit dat de sociale dumping zich vooral voordoet in de arbeidsintensieve sectoren, waar een sterke prijsconcurrentie heerst en waar misbruiken heersen ten opzichte van de Europese detacheringsregels (buitenlandse arbeiders met lonen die de Belgische minimale vereisten niet eerbiedigen, &#8230;).&#8221;</p>
</div>
<div id="ftn8">
<p><a href="#_ftnref8" name="_ftn8" title="">[8]</a> “Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is het onderhavige artikel niet toepasselijk op de mededingingsprocedure met onderhandeling, noch op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, noch op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 500.000 euro.”</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Labonorm definitief op de schop ?</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/labonorm-definitief-op-de-schop/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 10 Sep 2021 05:58:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1863</guid>

					<description><![CDATA[Het arrest heeft betrekking op een overheidsopdracht van Fluvius voor de levering en plaatsing van digitale elektriciteits- en gasmeters. De gunningswijze betrof de mededingingsprocedure met onderhandelingen. In het tweede middel stelde de verzoekende partij dat de duurtijd van de raamovereenkomst, zijnde 25 of 28 jaar, onwettig was omdat in de speciale sectoren de raamovereenkomst slechts een duurtijd mag hebben van 8 jaar behoudens in gemotiveerde uitzonderingsgevallen. Deze bijzondere motivering zou ontbreken waardoor de markt zou worden afgeschermd.

De Raad wijst dit middel als onontvankelijk af met de volgende redenering: "

Verzoekster beoogt de opdracht zelf in de wacht te kunnen slepen en uit te voeren. Daarmee spoort ook dat zij thans de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vordert van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, zelfs nog zonder dat zij een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld.

Dat oogmerk is volstrekt onbereikbaar bij een toewijzing van de vordering op grond van dit middelonderdeel, wat immers zou nopen tot een fundamenteel herschrijven van het bijzonder bestek en dus zou noodzaken om de opdracht vervolgens opnieuw in de markt te plaatsen.

Verzoekster handelt dan ook met een verregaande onzorgvuldigheid, door pas nadat zij naast de opdracht grijpt, kritiek te formuleren op aspecten die tot de kern behoren van de opdracht en die zij voorheen – met goede kennis van zaken – uitdrukkelijk heeft verklaard te kunnen onderschrijven.

Hierdoor spreekt verzoekster de beweerd uiterst dringende noodzakelijkheid van haar vordering tegen.

Zonder te moeten onderzoeken of verzoekster, zo doende, getuigt van kwade trouw – zoals de verwerende partij opwerpt – leidt die vaststelling alleszins tot de conclusie dat verzoekster niet getuigt van de minimaal vereiste zorgvuldigheid en diligentie en dat het middel in die mate niet ontvankelijk is in de huidige rechtspleging.

Dit arrest gaat hiermee in tegen de Labonorm-rechtspraak zoals geformuleerd in het arrest nr. 152.173 van 2 december 2005. In dit arrest oordeelde  de algemene vergadering van de Raad van State dat een onwettigheid van het bestek ook bij het aanvechten van de gunningsbeslissing kan worden ingeroepen. De algemene vergadering oordeelde als volgt: 

 "de mogelijkheid om onmiddellijk een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in te stellen tegen de beslissing om het bestek vast te stellen, niet wegneemt dat de onrechtmatigheden die een inschrijver aan een besteksbepaling verwijt, ook nog op ontvankelijke wijze mogen worden ingeroepen tegen latere beslissingen in het kader van de gunningsprocedure; dat de verzoekende partij derhalve tot staving van haar beroep tegen de bestreden beslissingen de onwettigheid mag inroepen van het bestek, zelfs indien zij de beslissing tot vaststelling van het bestek als zodanig niet heeft aangevochten bij de Raad van State".

De XII-kamer slalomt handig rond deze rechtspraak van de algemene vergadering door het middel niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan zorgvuldigheid. Op die manier hoeft de XII-kamer ook niet over de grond van met middel te oordelen. Ook in het verleden had deze kamer reeds op die manier barsten aangebracht in de Labonorm-rechtspraak (zie o.m. nr. 214.782 van 10 augustus 2011).

De inschrijvers zijn hiermee gewaarschuwd. Kritiek op het bestek en de procedure moet voorafgaandelijk aan de indiening van de offerte worden geformuleerd.

 

 ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">Het arrest heeft betrekking op een overheidsopdracht van Fluvius voor de levering en plaatsing van digitale elektriciteits- en gasmeters. De gunningswijze betrof de mededingingsprocedure met onderhandelingen. In het tweede middel stelde de verzoekende partij dat de duurtijd van de raamovereenkomst, zijnde 25 of 28 jaar, onwettig was omdat in de speciale sectoren de raamovereenkomst slechts een duurtijd mag hebben van 8 jaar behoudens in gemotiveerde uitzonderingsgevallen. Deze bijzondere motivering zou ontbreken waardoor de markt zou worden afgeschermd.</p>
<p style="text-align: justify;">De Raad wijst dit middel als onontvankelijk af met de volgende redenering: &#8220;</p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Verzoekster beoogt de opdracht zelf in de wacht te kunnen slepen en uit te voeren. Daarmee spoort ook dat zij thans de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vordert van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, zelfs nog zonder dat zij een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Dat oogmerk is volstrekt onbereikbaar bij een toewijzing van de vordering op grond van dit middelonderdeel, wat immers zou nopen tot een fundamenteel herschrijven van het bijzonder bestek en dus zou noodzaken om de opdracht vervolgens opnieuw in de markt te plaatsen.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Verzoekster handelt dan ook met een verregaande onzorgvuldigheid, door pas nadat zij naast de opdracht grijpt, kritiek te formuleren op aspecten die tot de kern behoren van de opdracht en die zij voorheen – met goede kennis van zaken – uitdrukkelijk heeft verklaard te kunnen onderschrijven.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Hierdoor spreekt verzoekster de beweerd uiterst dringende noodzakelijkheid van haar vordering tegen.</em></p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"><em>Zonder te moeten onderzoeken of verzoekster, zo doende, getuigt van kwade trouw – zoals de verwerende partij opwerpt – leidt die vaststelling alleszins tot de conclusie dat verzoekster niet getuigt van de minimaal vereiste zorgvuldigheid en diligentie en dat het middel in die mate niet ontvankelijk is in de huidige rechtspleging.</em></p>
<p style="text-align: justify;">Dit arrest gaat hiermee in tegen de Labonorm-rechtspraak zoals geformuleerd in het arrest nr. 152.173 van 2 december 2005. In dit arrest oordeelde  de algemene vergadering van de Raad van State dat een onwettigheid van het bestek ook bij het aanvechten van de gunningsbeslissing kan worden ingeroepen. De algemene vergadering oordeelde als volgt: </p>
<p style="text-align: justify; margin-left: 40px;"> &#8220;<i>de mogelijkheid om onmiddellijk een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in te stellen tegen de beslissing om het bestek vast te stellen, niet wegneemt dat de onrechtmatigheden die een inschrijver aan een besteksbepaling verwijt, ook nog op ontvankelijke wijze mogen worden ingeroepen tegen latere beslissingen in het kader van de gunningsprocedure; dat de verzoekende partij derhalve tot staving van haar beroep tegen de bestreden beslissingen de onwettigheid mag inroepen van het bestek, zelfs indien zij de beslissing tot vaststelling van het bestek als zodanig niet heeft aangevochten bij de Raad van State</i>&#8220;.</p>
<p style="text-align: justify;">De XII-kamer slalomt handig rond deze rechtspraak van de algemene vergadering door het middel niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan zorgvuldigheid. Op die manier hoeft de XII-kamer ook niet over de grond van met middel te oordelen. Ook in het verleden had deze kamer reeds op die manier barsten aangebracht in de Labonorm-rechtspraak (zie o.m. nr. 214.782 van 10 augustus 2011).</p>
<p style="text-align: justify;">De inschrijvers zijn hiermee gewaarschuwd. Kritiek op het bestek en de procedure moet voorafgaandelijk aan de indiening van de offerte worden geformuleerd.</p>
<p style="text-align: justify;"> </p>
<p style="text-align: justify;"> </p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Raad van State schorst gunningsbeslissing wegens overdreven formalisme</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/raad-van-state-schorst-gunningsbeslissing-wegens-overdreven-formalisme/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 04 Sep 2021 07:56:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1864</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/09/img-IMG_07531-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />De NV Abb Power Grids Belgium stapte op 18 juni 2021 naar de Raad van State om de schorsing van tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) te bekomen van een gezamenlijk besluit van CVBA Fluvius System Operator, CV Ores Assets, CV Sibelga en NV Resa Innovation et Technologie (de aanbesteders en verweerders in deze zaak) om de bafo (‘best and final offer’) van de NV Abb Power Grids Belgium “als nietig te beschouwen”.

Inschrijvers op een opdracht rond de levering van distributietransformatoren, waaronder verzoeker, kunnen in het voor de opdracht opgemaakte dossier op het elektronisch platform e-Tendering een offerte opladen in een map met referentie “Fluvius-MBER-AESQ TRA/2019”. Na onderhandelingen wordt hen gevraagd een BAFO in te dienen. In het betrokken In de uitnodigingsbrief hiertoe wordt een ondertussen bijkomend aangemaakte map met het referentienummer “Fluvius-NET19L008-F53_nr2” vermeld samen met een link. De verzoeker laadt echter haar BAFO op in de oorspronkelijke map van het betrokken dossier.

Gedurende de twee werkdagen die volgen heeft de aankoopdienst van aanbestedende partijen contact met verzoeker: eerst omdat geen BAFO werd gevonden en vervolgens ter bevestiging dat de BAFO werd gevonden in de oorspronkelijk map. De aanbestedende partijen besloten hierop de BAFO van de verzoeker te weren als nietig.

De Raad van State oordeelt dat, anders dan verweerders opwerpen, noch uit de uitnodigingsbrief noch uit enig ander stuk in het administratief dossier blijkt dat zij “de indiening van de BAFO’s in de BAFO-map van het betrokken dossier als een minimale eis zouden hebben opgelegd in de opdrachtdocumenten”. De Raad van State oordeelt dan ook dat de verweerders op het eerste zicht er niet in slagen aan te tonen waarom betrokken vergissing “een substantiële onregelmatigheid zou zijn die tot de nietigheid moet leiden”.

Voor een aanbestedende overheid lijkt het dus de boodschap om zich te hoeden voor een te ver doorgedreven formalisme.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/09/img-IMG_07531-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">De NV Abb Power Grids Belgium stapte op 18 juni 2021 naar de Raad van State om de schorsing van tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) te bekomen van een gezamenlijk besluit van CVBA Fluvius System Operator, CV Ores Assets, CV Sibelga en NV Resa Innovation et Technologie (de aanbesteders en verweerders in deze zaak) om de bafo (‘best and final offer’) van de NV Abb Power Grids Belgium “als nietig te beschouwen”.</p>
<p style="text-align: justify;">Inschrijvers op een opdracht rond de levering van distributietransformatoren, waaronder verzoeker, kunnen in het voor de opdracht opgemaakte dossier op het elektronisch platform e-Tendering een offerte opladen in een map met referentie “Fluvius-MBER-AESQ TRA/2019”. Na onderhandelingen wordt hen gevraagd een BAFO in te dienen. In het betrokken In de uitnodigingsbrief hiertoe wordt een ondertussen bijkomend aangemaakte map met het referentienummer “Fluvius-NET19L008-F53_nr2” vermeld samen met een link. De verzoeker laadt echter haar BAFO op in de oorspronkelijke map van het betrokken dossier.</p>
<p style="text-align: justify;">Gedurende de twee werkdagen die volgen heeft de aankoopdienst van aanbestedende partijen contact met verzoeker: eerst omdat geen BAFO werd gevonden en vervolgens ter bevestiging dat de BAFO werd gevonden in de oorspronkelijk map. De aanbestedende partijen besloten hierop de BAFO van de verzoeker te weren als nietig.</p>
<p style="text-align: justify;">De Raad van State oordeelt dat, anders dan verweerders opwerpen, noch uit de uitnodigingsbrief noch uit enig ander stuk in het administratief dossier blijkt dat zij “de indiening van de BAFO’s in de BAFO-map van het betrokken dossier als een minimale eis zouden hebben opgelegd in de opdrachtdocumenten”. De Raad van State oordeelt dan ook dat de verweerders op het eerste zicht er niet in slagen aan te tonen waarom betrokken vergissing “een substantiële onregelmatigheid zou zijn die tot de nietigheid moet leiden”.</p>
<p style="text-align: justify;">Voor een aanbestedende overheid lijkt het dus de boodschap om zich te hoeden voor een te ver doorgedreven formalisme.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Raad van State schorst wegens onduidelijkheid over technische vereisten en minimale jaaromzet in bestek</title>
		<link>https://www.ddk-law.be/actualiteit/raad-van-state-schorst-wegens-onduidelijkheid-over-technische-vereisten-en-minimale-jaaromzet-in-bestek/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Dirk De Keuster]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 03 Sep 2021 06:49:00 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://www.ddk-law.be/?post_type=actualiteit&#038;p=1866</guid>

					<description><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/09/img-P1040522-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" />Het Vlaamse Gewest schreeft een overheidsopdracht uit voor werken, getiteld “Duurzame onderhoudswerken in de maritieme toegangswegen”. Het bestek bij de opdracht bevat een selectievoorwaarde rond de economische en financiële draagkracht van de inschrijvers die inhoudt dat een inschrijver een minimum gemiddelde jaarlijkse omzet moet behalen van 180 miljoen euro exclusief btw uit een bepaald soort werken (maritieme baggerwerken - “baggerwerken uitgevoerd door sleephoppenzuigers op zee of getijdenrivier, met minstens drie meter getijverschil”).

In zijn beoordeling haalt de Raad van State het artikel 71 Overheidsopdrachtenwet aan dat stipuleert dat door de aanbestedende overheid aan inschrijvers selectiecriteria kunnen opgelegd, en dat in een tweede lid onder meer luidt:

“Zij beperken deze voorwaarden tot die welke kunnen garanderen dat een kandidaat of inschrijver over de juridische en financiële middelen en de technische bekwaamheden en beroepsbekwaamheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren. Alle voorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot het voorwerp van de opdracht.”

Artikel 67, § 3, lid 1 KB Plaatsing bepaalt: wat de “verklaring van de totale omzet betreft, kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemers een minimumjaaromzet realiseren, met name in het domein waarop de opdracht betrekking heeft.”

De Raad verwijst vervolgens naar de CPV-codes (Common Procurement Vocabulary) welke aanbestedende overheden toekennen aan de opdracht die ze uitschrijven, en stelt dat deze “lijken als leidraad te mogen worden gehanteerd bij het bepalen van het domein van de opdracht in de zin van artikel 67, § 3, eerste lid” KB Plaatsing. De CVP-code van de aangekondigde opdracht was “Bagger- en pompwerkzaamheden”. Volgens de Raad motiveert de aanbesteder op het eerste zicht de verdere “beperkingen en de noodzaak om deze te vertalen in financiële omzetvereisten” niet. De argumenten van de niet gekozen inschrijver hierover bleven onbeantwoord. Een en ander blijft onduidelijk ook na de aanbesteder/verwerende partij in de zaak gehoord te hebben.

De Raad beveelt de schorsing van tenuitvoerlegging van de beslissing tot vaststelling van het bestek voor deze opdracht.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<img width="150" height="150" src="https://www.ddk-law.be/wp-content/uploads/2021/09/img-P1040522-150x150.jpg" class="attachment-thumbnail size-thumbnail wp-post-image" alt="" decoding="async" /><p style="text-align: justify;">Het Vlaamse Gewest schreeft een overheidsopdracht uit voor werken, getiteld “Duurzame onderhoudswerken in de maritieme toegangswegen”. Het bestek bij de opdracht bevat een selectievoorwaarde rond de economische en financiële draagkracht van de inschrijvers die inhoudt dat een inschrijver een minimum gemiddelde jaarlijkse omzet moet behalen van 180 miljoen euro exclusief btw uit een bepaald soort werken (maritieme baggerwerken &#8211; “baggerwerken uitgevoerd door sleephoppenzuigers op zee of getijdenrivier, met minstens drie meter getijverschil”).</p>
<p style="text-align: justify;">In zijn beoordeling haalt de Raad van State het artikel 71 Overheidsopdrachtenwet aan dat stipuleert dat door de aanbestedende overheid aan inschrijvers selectiecriteria kunnen opgelegd, en dat in een tweede lid onder meer luidt:</p>
<p style="margin-left: 40px; text-align: justify;"><em>“</em><em>Zij beperken deze voorwaarden tot die welke kunnen garanderen dat een kandidaat of inschrijver over de juridische en financiële middelen en de technische bekwaamheden en beroepsbekwaamheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren. Alle voorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot het voorwerp van de opdracht.”</em></p>
<p style="text-align: justify;">Artikel 67, § 3, lid 1 KB Plaatsin<u>g</u> bepaalt: wat de <em>“</em><em>verklaring van de totale omzet betreft, kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemers een minimumjaaromzet realiseren, met name in het domein waarop de opdracht betrekking heeft.”</em></p>
<p style="text-align: justify;">De Raad verwijst vervolgens naar de CPV-codes (<em>Common Procurement Vocabulary</em>) welke aanbestedende overheden toekennen aan de opdracht die ze uitschrijven, en stelt dat deze “lijken als leidraad te mogen worden gehanteerd bij het bepalen van het domein van de opdracht in de zin van artikel 67, § 3, eerste lid” KB Plaatsing. De <strong>CVP-code</strong> van de aangekondigde opdracht was “Bagger- en pompwerkzaamheden”. Volgens de Raad motiveert de aanbesteder op het eerste zicht de verdere “beperkingen en de noodzaak om deze te vertalen in financiële omzetvereisten” niet. De argumenten van de niet gekozen inschrijver hierover bleven onbeantwoord. Een en ander blijft onduidelijk ook na de aanbesteder/verwerende partij in de zaak gehoord te hebben.</p>
<p style="text-align: justify;">De Raad beveelt de schorsing van tenuitvoerlegging van de beslissing tot vaststelling van het bestek voor deze opdracht.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
