Vereenvoudigingen op komst in het overheidsopdrachtenrecht

  1. Stand van zaken – wetgeving

Op 30 april 2026 werd het voorontwerp van wet goedgekeurd dat verschillende belangrijke wijzigingen zal invoeren in de overheidsopdrachtenwetgeving. Het voorontwerp ligt momenteel bij de Raad van State voor advies. Hierna zal het voorstel ingediend worden bij de Kamer. De definitieve goedkeuring wordt voorzien in het najaar van 2026.Nadien zullen er op een aantal aspecten nog KB’s tot uitvoering volgen.

Wij zullen u van het verdere verloop van deze voorziene wetswijzigingen op de hoogte houden.

  1. Algemene doelstelling

De wijzigingen bevinden zich voornamelijk in de plaatsingsprocedure:

  • Er wordt een vereenvoudiging beoogd alsook wil de wetgever de toegang vergemakkelijken voor KMO’s.
  • Er wordt ook een herwerking voorzien van de bepaling omtrent energie-efficiëntie en een verduidelijking van de mogelijkheid om te verwijzen naar korte ketens in het kader van overheidsopdrachten die verband houden met menselijke voeding.
  • Er worden daarnaast ook enkele wijzigingen inzake concessieovereenkomsten voorzien.

  1. Inhoudelijke wijzigingen

Er wordt een grondige herziening voorzien van de procedure van de opdrachten van beperkte waarde, de zogenaamde ‘aanvaarde factuur’ (artikel 92 Wet Overheidsopdrachten). De drempel voor opdrachten van beperkte waarde wordt verhoogd van 30.000 euro naar 75.000 euro (geraamde waarde) of 90.000 euro (goed te keuren uitgave).Hierbij wordt ook een nieuwe categorie tot leven geroepen, zijnde de opdrachten van uiterst beperkte geraamde waarde (nieuw artikel 92/1 Wet Overheidsopdrachten). Tot deze laatste categorie behoren de opdrachten met een geraamde waarde lager dan 3.000 euro.

De verhoging van de drempel van 30.000 euro naar 75.000 euro (of 90.000 euro goed te keuren uitgave) zal in de praktijk weinig verschil maken. De rechtspraak van de Raad van State bepaalt dat de algemene gunningsbeginselen inzake transparantie en mededinging ook voor deze kleine overheidsopdrachten van toepassing zijn ( zie nr. 243.438 van 18 januari 2019). De aanbesteders dienden derhalve ook minstens 3 prijzen te vragen, een klein bestek op te stellen en de offertes met elkaar te vergelijken.De vraag is wel of de nieuwe drempel van 3.000 euro de vrijheid laat aan aanbesteders om “hun goesting” te doen. Dit valt af te wachten. De kans is reëel dat de Raad van State zijn rechtspraak doortrekt voor deze kleine opdrachten.

De wetswijziging voorziet een soepeler beleid wat betreft de elektronische handtekening (nieuw artikel 14/4 Wet Overheidsopdrachten). In geval van een ontbrekende dan wel ongeldige handtekening zal er niet automatisch meer sprake zijn van een substantiële onregelmatigheid. De aanbestedende overheid zal aan de kandidaat de mogelijkheid moeten bieden de betreffende handtekening te regulariseren. Er wordt dus een verplichte regularisatieprocedure ingevoerd. De overheid zal daarnaast ook in de opdrachtdocumenten kunnen afwijken en een gewone elektronische handtekening kunnen toelaten.Dit betreft een verdere stap in het deformaliseren van het overheidsopdrachtenrecht. Bovendien worden discussies over de beschikbaarheid van het elektronisch platform naar de toekomst toe vermeden. Een goede zaak dus.

De verplichting tot het meedelen van de individuele en voorlopige rangschikking van de offertes onmiddellijk na de opening ervan wordt uitgebreid tot alle openbare en niet-openbare procedures waarin de prijs het enige gunningscriterium is (artikel 13 Wet Overheidsopdracht – wordt uitgebreid). De verplichting zal dus ook gelden boven de Europese drempels. Bovendien moet de aanbestedende overheid niet enkel het voorlopig klassement, doch ook de prijs van de laagste (en indien relevant, van de hoogste) offerte meedelen. Ook zal in de wet bepaald worden dat het PV van opening in geen enkel geval meegedeeld wordt aan de inschrijvers tijdens de plaatsingsprocedure.

Vroeger werden de prijzen onmiddellijk voorgelezen bij de opening van de offertes. Terug naar de oude situatie min of meer. Deze bepaling strookt wel niet met de intentie om voor belangrijke opdrachten de beoordeling door te voeren op de prijs/kwaliteit verhouding én niet enkel meer op basis van de prijs. Wellicht is het goed om ook in deze situatie voor een tussentijds verslag te zorgen.

De regeling voor gelegenheidsaankopen was al voorzien in de bijzondere sectoren. Deze zal naar de toekomst uitgebreid worden naar de klassieke sectoren. Het betreffen leveringen waarbij zich gedurende zeer korte tijd een bijzondere voordelige mogelijkheid tot aanschaffing voordoet bvb. in geval van faling of vereffening.

De impliciete verklaring op erewoord zal van toepassing zijn in het geval het geraamde bedrag lager is dan de Europese drempels en dit ongeacht de gebruikte procedure. Dit zal ook het geval zijn wanneer het geraamde bedrag hoger is dan voornoemde drempels in duidelijk omschreven gevallen.

Wanneer de opdrachtnemer niet uit een land van de Europese Economische Ruimte afkomstig is of wanneer het een gelegenheidsaankoop betreft zal er geen elektronische factuur vereist zijn. De uitzondering voor opdrachten geplaatst door autonome overheidsbedrijven wordt opgeheven.

Aanbestedende overheden zullen offertes mogen controleren vooraleer ze overgaan naar selectie. Dit zal mogen in twee soorten procedures, namelijk de openbare procedure en de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Bij de controle van de offertes zal ook een controle van de fiscale en sociale schulden inbegrepen zijn. De strikt scheiding tussen selectie en gunning in deze volgorde, lijkt doorbroken te worden. Afwachten hoe de teksten juist zullen luiden.

De standaard wijze van gunning voor opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de Europese drempel zal de gunning zijn op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Dat was in de praktijk al vaak het geval doch niet altijd. Wellicht kunnen op die manier ook de discussies over de verrekeningen tijdens de uitvoering sterk verminderd worden. Bij een klassieke opdracht van werken welke enkel werd gegund op basis van prijs, is verleiding bij de aannemers vaak te groot om te laag aan te bieden en de prijs dan ook te maken tijdens de uitvoering met allerhande verrekeningen.

De aanbestedende overheid zal verplicht het gebruik van het geïntegreerd UEA mogelijk moeten maken.

De benadering van levenscycluskosten wordt verduidelijkt.

Gallerij