Op 24 april 2025 oordeelde het Grondwettelijk Hof over de in artikel 4.3.1 VCRO vermelde verkavelingsvoorschriften als weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning, meer in het bijzonder over de uitzondering hierbij geformuleerd voor verkavelingsvoorschriften ouder dan 15 jaar.
Bij arrest van 2 mei 2024 had de Raad voor Vergunningsbetwistingen twee prejudiciële vragen gesteld over de wijze waarop de 15-jarige termijn diende berekend te worden bij bijgestelde verkalingen.
Het Grondwettelijk Hof heeft hierover in zijn recent arrest duidelijk gesteld dat de start van de 15-jarige termijn van verkavelingsvoorschriften het moment van afgifte van de oorspronkelijke verkaveling is én blijft ook al zijn de voorschriften later bijgesteld. 15 jaar blijft dus 15 jaar voor de toepassing van 4.3.1 VCRO.
Het arrest stelt hierbij het volgende:
“4.3.1 Een vergunning wordt geweigerd :
1° als het aangevraagde onverenigbaar is met :
(…)
De termijn van vijftien jaar, vermeld in het eerste lid, 1°, c), wordt berekend vanaf de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning in laatste administratieve aanleg. Als de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, wordt de termijn gerekend per fase. Voor de tweede fase en volgende fasen wordt de termijn dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.”
Documenten
Externe linken
Gallerij