Deze wet bevat nieuwe bepalingen die allereerst de omzetting betreffen van de Europese richtlijn inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (Richtlijn 2019/1161/EU tot wijziging van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen). Deze Richtlijn heeft tot doel het wagenpark van overheden te verduurzamen en stelt op nationaal niveau te behalen streefdoelen vast (zie artikelen 3 en 10).
Daarnaast bevat de wet verduidelijkingen over de uitsluitingsgronden op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie. Het betreffen onder meer de volgende wijzigingen en verduidelijkingen:
Tot slot bevat de wet ook een bepaling over de derdenrechten op schuldvorderingen. De schuldvorderingen van de opdrachtnemers uit hoofde van de uitvoering van een overheidsopdracht mogen tot aan de voorlopige oplevering niet het voorwerp zijn van beslag, verzet, overdracht of inpandgeving. Er is in bepaalde uitzonderingen voorzien voor lonen en de vorderingen van onderaannemers alsmede voor kredieten die aangegaan worden specifiek voor de uitvoering van de opdracht (zie artikel 8 die artikel 87/1 invoert).